Jacob Cats en Constantijn Huygens

De bekendste Haagse schrijvers uit de gouden eeuw, Jacob Cats (1577-1666) en Constantijn Huyghens (1596-1687), kennen wij Hagenezen en Hagenaars zo niet beroepshalve, dan toch wel middels de straatnamen, de standbeelden en de monumentale graven, als ook de Huygensprijs, waarmee zij met Den Haag bleven verbonden.  

Portret Jacob Cats (circa 1862). Prent: Kaiser, J.W. Sr. (vervaardiger), Erven, J.J. Thijl (uitgever), collectie Haags Gemeentearchief
Portret Jacob Cats (circa 1862). Prent: Kaiser, J.W. Sr. (vervaardiger), Erven, J.J. Thijl (uitgever), collectie Haags Gemeentearchief

Zoals de Engelsen in de 18e eeuw hun spreekwoordlijke Dr. Johnson kenden (‘dr. Johnson said’), zo hadden wij al een eeuw eerder onze Jacob ‘Vader’ Cats. Met diens wijsheden, zowel in spreuken als in puntdichten, werden onze voorouders eeuwenlang dagelijks om de oren gemept. ‘Al is de leugen nog zo snel…’ en ‘Als de wijn gaet in de man…’ Wie van onze jongeren kan deze halfcitaten nog blindelings aanvullen? Naast de Bijbel putten met name de dames van die tijd uit Cats’ ‘bestseller’ het Houwelick (1625) diens morele   levenslessen (‘uw eer is al uw goed …uw beste schat’). Maar toch vooral  dankzij het landgoed Sorghvliet, dat Cats in het Haagse duingebied liet aanleggen, met als woonstee het thans presidentiële Catshuis, zijn wij  ‘Vadertje’ Cats nog niet helemaal vergeten. Hoe beroemd hij ooit was? Zelfs bij onze ‘buren’ van het Brussel in de 19e eeuw was hij niet alleen bekender dan Vondel, maar werd er als dichter ook hoger gewaardeerd. Waarschijnlijk viel Vondel niet alleen qua thematiek, maar ook als woordkunstenaar de Vlaamse Belgen wat al te zwaar op de maag.

Portret van Constantijn Huygens (circa 1830). Prent: vervaardiger onbekend, collectie Haags Gemeentearchief
Portret van Constantijn Huygens (circa 1830). Prent: vervaardiger onbekend, collectie Haags Gemeentearchief

Cats’ veelzijdige stads- en tijdgenoot Constantijn Huygens, door sommigen  zelfs getypeerd als ‘homo universalis’, verheerlijkte ‘zijn’ Den Haag in lofliederen, met titels als Voorhout  en De Nieuwe Zee-Straet van ’s Gravenhage  op Scheveningen. Een van zijn vele sonnetten, opgedragen aan Sterre, zijn jong overleden echtgenote, is door de eeuwen heen een blijvertje gebleken, met als slotregels: ‘k Verlang in ’t eeuwig licht te zamen te zien zweven / mijn heil, mijn lief, mijn lijf, mijn god, mijn Ster en mij. Maar herinneren wij hem vooral ook niet door het Voorburgse Hofwijck dat Huygens daar liet bouwen als ‘een huysken van vertreck’, een toevluchtsoord uit het drukke Haagse hofleven waarin hij prins Frederik Hendrik als secretaris diende: ‘Ick bann de heelen Haegh met all sijn achter-klapp.’

Voorburg, Westeinde, buitenplaats Hofwijck van Constantijn Huijgens, gelegen aan de Vliet (circa 1925). Foto: vervaardiger onbekend, collectie Haags Gemeentearchief
Voorburg, Westeinde, buitenplaats Hofwijck van Constantijn Huijgens, gelegen aan de Vliet (circa 1925). Foto: vervaardiger onbekend, collectie Haags Gemeentearchief

Hofwyck: Huygens bezong in dit, zijn langste Nederlandstalige gedicht, Huys, Boom, Beesten waarin hij als protestant terloops ook de vrijheidsstrijd, ‘Van Thiende- penningh-dwangh’, met Spanje memoreert. Ook componeerde hij hier muziek bij psalmen en met name Franse en Italiaanse teksten. Op zijn 82e schreef hij tenslotte, in het Neolatijn, een laatste omvangrijk poëem, zijnde zijn eigen biografie.

Van Jacob Cats, die wordt herdacht in de (Haagse) Nieuwe Kerk, bezocht ik onlangs zijn geboorteplaats in Zeeland, in het aardige havenplaatsje Brouwershaven. Met een fors bronzen standbeeld wordt hij aldaar op een plek aan de haven voor altijd in ere gehouden. Huygens herdenken wij met een bronzen buste aan de Scheveningseweg. In de Grote Kerk van Den Haag deelt hij het graf met zijn zoon Christiaan, de wereldvermaarde wetenschapper. De vraag is hoe actueel beide schrijvers momenteel nog zijn. Welnu, in vereniging de Haagse Kunstkring wijdde men wat jaren geleden onder de titel ‘Een hartstochtelijk verlangen’ een muzikale avond aan Constantijn Huygens. EMI bracht hem vorige eeuw op de plaat, onder de titel Pathodia Sacra et Profana, als liedercomponist voor het voetlicht. Hoe het Cats recentelijk verging, is mij niet bekend. Misschien is er een lezer die daar meer van weet.

Theo van der Wacht
twacht@casema.nl

Zorgvliet, voorgevel van het Catshuis (circa 1950). Foto: Goekoop jr, Adriaan (vervaardiger), collectie Haags Gemeentearchief

Recente berichten