Terug naar 18 december 1964

Op 18 december 1964 ging ik na een werkdag bij R.S. Stokvis aan de Herengracht en Muzenstraat naar het Noctua Avondlyceum. In de avond zag ik een rode gloed in de verte, dat steeds groter werd. Toen had ik nog geen idee wat er daar gebeurde!  

Er was wel paniek uitgebroken bij directie en collega’s van Stokvis. Aan de Muzenstraat waren immers magazijnen gesitueerd.

Onder de kop ‘Afscheid van het gebouw van Kunsten en Wetenschappen’ las ik onlangs het uitgebreide artikel in het personeelsorgaan van R.S. Stokvis, Stokvis Expres no. 1 van januari 1965.

Die vrijdagavond hadden we het ons juist gezellig gemaakt met een kopje koffie en de avondeditie, toen de telefoon ging. Min of meer geboeid door een artikel waarin een comité bij minister Bogaers aandrong op de rijksgoedkeuring voor een ingrijpende verbouwing van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, sloeg de mededeling dat datzelfde gebouw nu in lichterlaaie stond, als een bom in.

Grenzend aan ons gebouwencomplex in de Muzenstraat en daarvan slechts gescheiden door een open terrein, kon de brand gevaar opleveren voor onze beide magazijnpanden.

Bij de rit erheen wees de rode gloed boven het centrum van de stad al in de buitenwijken de weg naar een brand die zich al direct zeer ernstig liet aanzien. Alles wat Den Haag aan brandweermateriaal kon opbrengen werd ingezet, maar de strijd was té ongelijk. De enorme hitte die het negentig jaar oude, immense bouwwerk uitstraalde en waaruit een geweldige vonkenregen opsteeg, dwong de brandweer meer tot beveiliging van de omliggende percelen dan tot stuiten van de eigenlijke brand en al spoedig bleek dat het gebouw niet meer te redden was.

We stonden op de binnenplaats tussen onze magazijnen waarvan de contouren hel verlicht werden door de vlammen en zo maakten we in enige uren de ondergang mee van wat een centrum van cultuur en vermaak was geweest. De heer en mevrouw Stokvis, de heer en mevrouw Pauwels (directeur van het verkoopkantoor) en enige medewerkers van kantoor Den Haag en met ons vele duizenden voor wie het Haagse gebouw een begrip was, de minister-president, de burgemeester, eigenaar Zwolsman en ook Willy Walden voor wiens nieuwe Sleeswijk Revue juist de rekwisieten waren aangevoerd. En het grote publiek van het Residentie Orkest was er, van de opera’s, de operettes, de musicals en de balletten. Namen van de grootste muziekkunstenaars en variétékomieken hebben op de affiches van het gebouw gestaan.

Vergane glorie, want na ruim vier uur strijd tegen een allesverwoestende vlammenzee stonden nog slechts geblakerde muren overeind. Een triest einde van wat in de loop der jaren voor het Haagse uitgaanspubliek een begrip geworden was!

In dezelfde Stokvis Expres schreef Dr. H.J. Stokvis (algemeen directeur van R.S. Stokvis) dat hij vrijdag 18 december een zakendiner had in een restaurant in Wassenaar, toen de ober langs kwam en hij vertelde dat het gebouw van Kunsten en Wetenschappen in lichterlaaie stond. Hij zei: “Ik waarschuw maar, omdat ik weet, dat uw kantoor er vlakbij is.” Stokvis belde ook met de conciërge en kreeg de vrouw van Tom de Vries te pakken. Die vertelde dat er reeds meerdere mensen waren die met brandblusapparaten klaar stonden op het dak om de vonkenregen die overkwam zo nodig in bedwang te houden. 

Mijn vrouw en ik zijn toen naar de Muzenstraat gegaan om zelf te zien hoe de zaak ervoor stond. Alles was afgezet. Het hoofdkwartier van de politie bevond zich in het militaire hospitaal. Daar kreeg ik toestemming om de bedreigde zone te betreden en zo kwam ik in ons pand, waar ik o.a. de heer en mevrouw Pauwels, de heren A.P. Jansen, De Jong en De Vries aantrof.

Intussen waren alle maatregelen genomen. Een brandslang was uitgelegd en brandblusapparaten werden op de daken gereed gehouden. Het afhaalmagazijn was net gemoderniseerd en er zat jaren van werk in. Bij een eventueel afbranden zou alles wel opnieuw op te bouwen zijn, maar de schade zou toch groot zijn en iets immaterieels zou toch voor goed weggevallen zijn, aldus Dr. Stokvis. Het deed ons goed te zien dat onze bemanning van het verkoopkantoor Den Haag bereid was om onze vestiging te verdedigen.

Wim P.M. van Wezel
wimvanwezel@casema.nl

Recente berichten