Ik kietel de taal

Een van de vele vormen waarin een dichter zijn of haar verhaal kwijt kan, is het epigram of puntdicht. Het gaat hier om een kort en bondig gedicht waarin een woordspeling voorkomt. Dit lijkt makkelijk maar het tegendeel is waar. Kees Stip was hier een meester in.

Cornelis Jan Stip is op 25 augustus 1913 in Veenendaal geboren. Na de HBS ging hij in Utrecht klassieke talen en letterkunde studeren. Vervolgens werd hij reserve officier en tijdens de Tweede Wereldoorlog moest hij, omdat hij aan oorlogshandelingen had deelgenomen, onderduiken. Na de oorlog was hij werkzaam bij de Rijksvoorlichtingsdienst en hij heeft voor diverse kranten gewerkt, zoals de Volkskrant. Als freelance schrijver heeft hij talloze teksten geschreven, waaronder reclameteksten. Daarnaast heeft hij vele jaren het jaaroverzicht van het Polygoon journaal samengesteld. Hij schreef kinderboeken, maakte films, vertaalde samen met zijn vrouw kinderboeken en schreef cabaretliedjes en teksten, onder andere voor Wim Kan. Dat deze opsomming verre van compleet is, mag u van mij aannemen. In 1995 werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Hij heeft enkele prijzen gekregen voor zijn werk, waaronder de zilveren griffel. In 1985 kreeg hij een prijs die verband hield met de inhoud van zijn gedichten. Deze prijs was uitgeloofd door het literaire tijdschrift De Tweede Ronde en zo heette die prijs dan ook. Hij was de eerste dichter die die prijs kreeg en daarna werd deze prijs de Kees Stip-prijs genoemd. Het jaar daarop was  Drs. P. de winnaar. Op 27 juni 2001 is Kees in Winschoten overleden.

De Haagse jaren van Kees Stip
In 1946 is hij op het adres Anna Paulownastraat 74b op kamers gaan wonen. In diverse publicaties valt te lezen dat hij al eerder, van 1939 tot 1940, in Den Haag gewoond zou hebben en wel op het adres ‘s Gravenhaagse Bosch nr. 7. Dat wil zeggen dat dit in het Haagse bevolkingsregister wordt vermeld maar of hij hier ook echt gewoond heeft, betwijfel ik. In verband met gezinsuitbreiding van het gezin waar hij vanaf 1946 inwoonde, besluit hij in 1948 te verhuizen naar het adres Noordeinde 39. Hij woont nu boven de uitgeverij en boekwinkel van L.J.C. Boucher. Een van de betere boekwinkels waar ik dan ook graag kwam. Je werd er deskundig geholpen en er was altijd ruimte voor een praatje. En over de uitgeverij las ik: “De uitgaven zijn eigenzinnig en verrassend naar inhoud.” Enkele boeken van Kees Stip zijn ook door hem uitgegeven. De eigenaar was bovendien een getalenteerd kunstschilder. Eind 1982 werd de boekwinkel overgenomen door iemand anders. In 1959 gaat Kees weer op kamers wonen in de Banstraat. Twee jaar later trouwt hij met Marie Weijnen en ze verhuizen naar Zeist.

Speelse gedichten
Het is niet zo eenvoudig om duidelijk te maken wat er nu zo bijzonder is aan de gedichten waarvan Kees Stip onder zijn eigen naam of onder het pseudoniem Trijntje Fop er honderden, zo niet duizenden geschreven heeft en bovendien maakte hij er zelf vaak pentekeningen bij. In Engeland spreekt men van Light Verse maar de vertaling Lichte Verzen dekt de lading niet helemaal. Puntdicht of Nonsensgedicht ook niet. Wat opvalt is dat er in dit soort gedichten van Kees Stip vrijwel altijd een plaatsnaam voorkomt en een dier. Hij is er mee begonnen nadat twee kinderen van een vriend uit Den Haag aan hem vroegen om een verhaaltje te vertellen. In eerste instantie was hij niet erg tevreden over het uiterst korte verhaaltje maar later kreeg hij de smaak te pakken. Laat ik een tweetal voorbeelden voor u opschrijven en dat de naam van onze stad er in voorkomt had u misschien al verwacht.

Er was een bij te ’s Gravenhage

Er was een bij te ’s Gravenhage
die antwoord wist op alle vragen.
Toen men hem moeielijk genoeg
“Wat was was eer was was?” vroeg,
werd hij de winnaar van de quiz
met “Eer was was was was was is.”

Op een woerd

“Den Haag”, zo zegt een woerd, “is blijkbaar
per trein uit Utrecht onbereikbaar,
want telkens als ik het probeer
begint een goudgebiesde heer
zijn longen vol met lucht te happen
en roept dan: “Woerden overstappen!”

In een interview in de Telegraaf van 9 september 1988 legt Kees Stip uit waarom hij deze korte gedichten op deze manier geschreven heeft. Hij heeft iets met taalgrappen en woordspelingen. Hoe ver kun je ermee gaan zonder dat de tekst onleesbaar wordt? “Ik kietel de taal graag,” was zijn antwoord.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Recente berichten