Het verdwenen wandelhoofd Wilhelmina

oms krijg ik een onderwerp voor een artikel uit een onverwachte hoek. Mijn zusje had de ansichtkaartenverzameling van mijn oma uitgezocht en uiteraard gaf ze mij de kaarten met Haagse afbeeldingen. Een aantal van die ansichten gaf een beeld van het helaas verdwenen Wandelhoofd Wilhelmina.

Waar was het?
Wie met de rug naar de Kurzaal op het terras gaat staan en naar de zee kijkt, moet nu opzij kijken om de Pier te zien. Nog niet zo lang geleden hoefde dat niet; de eerste (of moet ik zeggen oorspronkelijke) pier lag recht voor het Kurhaus.

De feestelijke opening
Op 6 mei 1901 opende Prins Hendrik het naar zijn echtgenote genoemde wandelhoofd ‘Koningin Wilhelmina’. In het Algemeen Handelsblad van die dag lezen we dat ‘met de aanleg van dat werk naar de oorspronkelijke teekening van den Brusselschen ingenieur Wijhowski, die ook het plan van de pier te Blankenberghe heeft gemaakt, is aan de afwisselende amusementen, die het Kuroord biedt, een ontspanning toegevoegd, welke Scheveningen in staat stelt met de voornaamste zeebadplaatsen van Europa te wedijveren.’

Wat eraan voorafging
In krantenberichten in ruim dertig jaar daaraan voorafgaand is echter ook te lezen dat er het nodige verzet was tegen dit bouwwerk. De zeevissers waren ervan overtuigd dat zij last van deze pier zouden krijgen. De vissersschepen lagen toen nog op het strand en alleen de belofte van de bouw van een haven, die er in 1904 zou komen, trok de vissers over de streep. In de vergunning werd opgenomen dat in geval van oorlog of oorlogsgevaar de minister van Oorlog, zonder voorgaande waarschuwing en zonder schadevergoeding, het wandelhoofd onbruikbaar zou kunnen maken. Daarom moesten ook speciale officieren gratis toegang moeten krijgen om een eventuele vernieling voor te bereiden. Bij het werken aan de kust hadden de aannemers natuurlijk ook last van het weer. Ruim een jaar voor de opening zorgde een storm voor flinke schade.

Wandelhoofd Wilhelmina
Het wandelhoofd was tien meter breed en stak bijna vierhonderd meter de zee in. Aan het einde stond een paviljoen voor muziekuitvoeringen, er was een drinkgelegenheid en ook wat winkels. Daarnaast was er gelegenheid om te vissen en er was een aanlegplaats voor bootjes. Het ontwerp van de aansluiting van het wandelhoofd op het Kurhaus met terras en winkelgalerij en van het paviljoen, was van de Haagse architect W.B. van Liefland. In het eerste half jaar na de opening kwamen er al zo’n 800.000 bezoekers, die voor tien cent een wandeling konden maken. Om een pleziertochtje te maken met de boot, die van de steiger aan de zijkant vertrok, moest je meer geld neerleggen: één gulden. ’s Avonds was het wandelhoofd prachtig verlicht, eerst met gasballons, later met elektrische lampen.

Het einde
Al in 1913 werd de oorspronkelijke aanlegsteiger verwijderd. Door verzanding was de zee daar te ondiep geworden om er met boten bij te komen. In het voorjaar van 1942 werd Scheveningen ‘Sperrgebiet’ als onderdeel van de Atlantikwall. De Duitsers gebruikten het paviljoen als opslag en ze plaatsten afweergeschut op de pier. Om een invasie van de geallieerden te bemoeilijken haalden ze dertig meter plankier weg. Op 26 maart 1943 brandde het paviljoen volledig uit. Na de brand sloopten de Duitsers de pier door de houten opbouw van de palen af te zagen. In 1958 zijn de laatste restanten van het wandelhoofd opgeruimd.
Maar dit alles wist Mej. E. Spannet, wonende in de Weesperstraat in Amsterdam, nog niet toen ze in 1910 een ansichtkaart van de familie Roos ontving. Net zoals ze toen niet wist dat ze een kleindochter zou krijgen die stadsgids in Den Haag zou worden.


Jacqueline Alders
info@jacquelinealders.nl

Stadswandelingen en
Fietstours in Den Haag
www.ikgidsudoordenhaag.nl

Recente berichten