Zoektocht naar van Kralingens Sprookje

In november 2016 verscheen er een artikel in De Oud-Hagenaar over Joop van Kralingen. Daarin werd het Sweelinckplein genoemd, waar aan de zuidkant een bronzen beeldje van een middeleeuws of wellicht Romeins meisje staat, dat iets in haar handen verbergt. Dit meisje heb ik elke keer dat ik mijn huis verliet, meer dan tien jaar mogen begroeten. Sweelincka werd ze liefkozend door de buurtbewoners genoemd. Toen ik eind 1975 het Sweelinckplein verruilde voor een appartement in de Mesdagstraat gingen mijn man en ik op zoek naar een aandenken aan het fraaie Haagse plein. Een schets van dit beeldje of een klein studiemodel bijvoorbeeld.

Zoektocht naar de maker
Tegenwoordig heb je het internet, maar in die tijd moest je het met de telefoon doen. In de hoop iets te weten te komen over Sweelincka belden we de Gemeente Den Haag, de afdeling Beeldende Kunst, het Gemeentearchief… Helaas zonder resultaat. Bij elk beeld zou toch informatie moeten staan over de maker, de naam, aanleiding en de titel. Ook nu nog als je het internet afschuimt, kom je niet verder dan een paar foto’s van dit beeldje, zonder beschrijving. In die tijd belde ik andere instellingen en instituten in het land, maar overal nul op het rekest. Na een paar weken kreeg ik eindelijk het verlossende telefoontje: het beeld was van Joop van Kralingen en het dateerde uit 1947. Nu wilde het toeval dat Joop van Kralingen twee straten achter ons woonde in de Jacob Obrechtstraat. En zo kreeg ik op een avond contact met hem; mijn man en ik moesten maar eens langskomen. Hij woonde op de zolder van het huis waar we direct in het onderkomen van een kunstenaar terechtkwamen; overal schetsen, wat beeldjes en bakjes vol met gekleurde scherven van bordjes, kopjes en wat al niet, die al zijn kennissen en vrienden voor hem verzamelden voor zijn mozaïeken. Altijd in de weer.

Sweelincka werd Sprookje
Sweelinckplein, dat overigens Sprookje bleek te heten, antwoordde hij met een stellig ‘neen’.  Wel had hij in zijn atelier in Leiden het moedergips, dat een tijdlang buiten had gestaan en versteend was. Aardig, maar die was voor ons te groot en zeker onbetaalbaar – wij hadden net een huis gekocht en niet veel geld te besteden. Van Kralingen vertelde dat het niet zo groot meer was; vandalen hadden het beeld omgegooid, toen het een tijdlang in een hofje aan de Rijswijkseweg had gestaan waar zijn moeder woonde. Noodgedwongen moest hij het toen onder de ellebogen afzagen en enigszins restaureren. Sindsdien stond ze in Leiden, waar we maar eens langs moesten komen om haar te bekijken.

Een nieuw thuis
Enigszins aarzelend, maar toch geïnteresseerd in zijn werk, togen wij naar Leiden. En ja, daar stond ze, tussen veel ander werk, waaronder heel mooie en grote mozaïeken. Vol bewondering keken we rond zonder het flauwste idee met een beeldje te vertrekken. Van Kralingen was gevleid dat we zoveel moeite hadden gedaan om erachter te komen wie de maker van het beeld was en dat wij de wens koesterden een aandenken aan haar te hebben in ons nieuwe huis. Op de vraag wat we ervoor over hadden gehad als hij wél een schets of een klein model had gehad, noemden wij terughoudend een bedrag van 250 tot 300 gulden… Nou, zei hij toen, dan mogen jullie het daarvoor meenemen. “Ik vind het zo bijzonder dat jullie zo geïnteresseerd zijn en ze staat hier toch maar te staan. Ik weet dat ze bij jullie een goed tehuis krijgt. Maar dat betekent niet dat mijn andere werk ook in die prijsklasse verkrijgbaar is”, voegde hij eraan toe. Dat merkte ik een aantal jaren later toen ik in een Amsterdamse galerie een tentoonstelling van zijn werk zag met bijbehorende prijskaartjes.

Sindsdien prijkt het halve moedergips – dat wij vele malen mooier vonden dan de bronzen uitvoering – op de schoorsteen van ons huis. Ze oogt niet uit 1947 maar meer als een devoot beeldje uit de twaalfde of dertiende eeuw. In haar handen koestert ze een stuk Romeins glas dat voor de kust van Byblos is opgedoken, en wat ik ooit van een Libanees ter plekke kreeg. Mijn man is enkele jaren terug overleden, maar wilde dat ik dit verhaal van een bijzondere queeste breder bekend zou maken. Ik geniet nog elke dag van dit Sprookje en ik heb met dit verslag eindelijk ook een belofte kunnen inlossen.

Tonny Michels
tonnymichels@ziggo.nl

Recente berichten