Vandaag is de wereld in winter gekleed

Om precies te zijn begon de winter dit keer in ons land op zondag 22 december van het vorige jaar en hij eindigt op vrijdag 20 maart van dit jaar. Lang geleden werd het jaar slechts in twee seizoenen verdeeld, de zomer en de winter. Later is hier de lente aan toegevoegd en weer later de herfst. Bovendien werd het woord winter, dat afstamt van het Oergermaanse wintruz, vroeger gebruikt om een heel jaar aan te duiden. Het is drie winters geleden, dat…

Kunnen we nog wel van een winter spreken?
Bij het begrip winter denken we aan sneeuwstormen, bevroren sloten, kouwe handen en voeten en niet te vergeten de Elfstedentocht. En dan te bedenken dat deze tocht alweer 23 jaar geleden voor het laatst gereden is! En wat dacht u van de winters van 1947 en 1963, om van de Hongerwinter maar te zwijgen. Er zijn nog steeds mensen die twijfelen aan de klimaatverandering. U mag van me aannemen dat ik daar niet bij hoor en dat geldt ook voor de planten- en dierenwereld.

Opa vertelt
Nu ik dit zo opschrijf moet ik vanzelfsprekend aan vroeger denken. De tijd dat ik op mijn Friese doorlopers de Merentocht en de Molentocht kon schaatsen. Leg maar eens aan kinderen van nu uit hoe je die schaatsen moest onderbinden. Niet te strak, om maar eens iets te noemen. Met je sleetje vastgebonden achter een auto de wijk door. Dit heeft me eenmaal een slee gekost. Ik viel er in een bocht vanaf en vond de slee enkele straten verder in stukken tegen een lantarenpaal. De grote stukken ijs op het strand en het feit dat je met een auto het IJsselmeer over kon steken. Een sneeuwpop maken met de kinderen uit de buurt, afgewisseld met een sneeuwballengevecht. Ik herinner me, het was volgens mij in 1968, dat ik met mijn auto op de Parallelweg reed, ik woonde toen in de Poeldijksestraat, en dat er iemand voor mij uit schaatste. Die kouwe handen, de halfbevroren vingers en het feit dat je hele stukken naast je fiets moest lopen omdat je achterwiel door de sneeuw vastliep, hoorden er natuurlijk ook bij.

De week van de poëzie valt in de winter
Sinds 2013 is het gebruikelijk om in de eerste week van februari extra aandacht te besteden aan gedichten. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek speelt hier een centrale rol in. Dichtbundels worden zelden in een grote oplage verkocht. Men leest kennelijk liever een boek dan een gedicht. Naar mijn idee is een gedicht niet meer, maar ook niet minder, dan een kort verhaal, al of niet op rijm, waarin iets kort maar krachtig duidelijk wordt gemaakt. Als voorbeeld een gedicht geschreven door de dichter die in De Haagse Tijden van 7 januari een plaatsje kreeg, Kees Stip.

Op een kwakkel
Een stoere kwakkel uit De Bocht
won menigmaal d’ Elfstedentocht.
“Ik rijd,” zegt hij “het best als ’t dooit.
In strenge winters win ik nooit.
En daarom wens ik: geef mij maar
een kwakkel-wint-er, ieder jaar!”

Kwakkel is een oudere benaming voor de kwartel en het beest heeft zeker dit jaar z’n zin gekregen.

Hij is in de winter van zijn leven
Deze uitdrukking doelt erop, dat iemand niet meer zo jong is. De ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson (1902-1994) verdeelde het leven van een mens in fasen. Grof gesteld volgen wij zo de seizoenen. De lente duurt dan tot een jaar of 18, de zomer tot 45 jaar, de herfst tot 65 jaar en dan breekt de winter aan.

Tot slot van dit artikel waar de winter centraal in staat, schrijf ik een gedicht uit het bundeltje Net op tijd bijeengeharkt. Dit gedicht heb ik geschreven voor mijn vriend Bill, toen hij al een tijdje in de winter van zijn leven was aanbeland.

Bill
Als ik je zo zie zitten, geborgen in je stoel.
Dan durf ik niet te storen, dan heb ik het gevoel,
iets moois te onderbreken, een mijmering, een zucht,
van dingen die voorbijgaan, de zon, de blauwe lucht.

Ook ik ken die momenten, dan ben ik graag alleen.
Dan denk ik diepe dingen of staar wat voor me heen.
Dat wou ik even zeggen, we zien mekaar niet vaak,
maar als ’t weer zover is, dan is het altijd raak!

Hopelijk wordt het voor al die lezers die in de winter van hun leven terecht gekomen zijn een eindeloze winter. 

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Illustratie: H.E. Roodenburg. Dorpskerk te Wassenaar, 1959

Recente berichten