Een vorstelijk geschenk

Hoewel mijn vader in het algemeen niet zo scheutig was met het vertellen van verhalen over wat hij die dag gedaan had, maakte hij soms een uitzondering. Meestal gebeurde dat wanneer het hele gezin aan het avondeten zat. Zo herinner ik me dat hij het volgende vertelde: “Ze zat naast me en ze vroeg of ik misschien een sigaret voor haar had. Ik zei dat ik Arsenal rookte en laat dat nu net mijn merk zijn, was haar antwoord. We hebben een tijdje over van alles en nog wat zitten praten.” Mijn vader is naast zijn functie van directeur van een Medische Instrumentenfabriek meer dan 25 jaar penningmeester van het Algemeen Haags Comité geweest en dit comité organiseerde onder meer de Koninginneconcerten in Houtrust. Die ‘zij’ was dan ook koningin Juliana.

Nationaal Comité
Koningin Juliana 70 jaar Omdat men het feit dat Juliana zeventig jaar werd op 30 april 1979 niet zomaar voorbij wilde laten gaan, werd er een comité opgericht dat hier aandacht aan moest gaan besteden onder voorzitterschap van de oud–premier Piet de Jong. De toenmalige premier, Dries van Agt en de koningin zelf stonden hierachter. Het doel van dit comité was tweeledig. Er werd een bedrag van ruim vier miljoen gulden opgehaald dat besteed werd aan de gehandicaptenzorg, zowel in Nederland als op de Antillen. Daarnaast wilde men Juliana iets blijvends aanbieden. Na overleg met Beatrix werd aan een tweetal Haagse kunstenaars gevraagd portretten van de vier prinsessen te maken. We moeten niet vergeten dat Beatrix zelf aardig ingevoerd was in de kunstwereld. De beeldhouwster Katinka van Rood, van wie Beatrix les heeft gehad, zei dat Beatrix ‘intelligentie handen heeft’ en wat wil iemand die beelden maakt nog meer?


De in 1942 geboren kunstenaar Dick Stapel, hij was een zoon van de Haagse beeldhouwer Frits Stapel, heeft portretten gemaakt van de prinsessen Irene en Margriet. Jan Goeting heeft Beatrix en Christina op het doek vereeuwigd. De vier portretten werden op 23 november 1979 aan de koningin overhandigd in het museumgedeelte van de stallen van Paleis het Loo in Apeldoorn. Juliana was zeer ingenomen met de schilderijen en Piet de Jong was verbaasd dat er daarvoor nog geen goede portretten van de vier prinsessen bestonden. Over Jan Goeting ga ik u iets meer vertellen.

Johannes Gottfried Goeting
Jan is in 1918 in Den Haag geboren. Zijn vader had een sigarenzaak in de Badhuisstraat. Jan wist op jonge leeftijd al dat hij kunstenaar wilde worden. Na de MULO in de Neptunusstraat – op dit moment heeft het Muzee Scheveningen hier een plekje gevonden – behaalde hij de Akte van bekwaamheid voor Huis- en Schoolonderwijs in het handtekenen en daarna volgde hij de avondopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In 1943 trouwde hij met Catharina Stultiëns en drie jaar later werd hun zoon Joep geboren. Ze gingen in het Bezuidenhout wonen, op het adres Van Imhoffstraat 39. Dit in 1918 gebouwde huis heeft het bombardement van 3 maart 1945, los van enige glasschade, overleefd. Op zolder bevindt zich een atelier met een groot raam. Jan wordt tot de groep van De Nieuwe Haagse School gerekend. Hij is zowel op de Koninklijke Academie als op de Vrije Academie docent geweest. Hij was lid van de Kunstkring en van Pulchri Studio. Jan Goeting is in 1984 in Den Haag overleden.

Twee portretten
Christina, oorspronkelijk heette ze Marijke maar vanaf 1963 liet ze zich bij haar tweede voornaam noemen, woonde op dat moment in New York. Jan is haar daar gaan bezoeken om schetsen te kunnen maken. Ook ging hij naar Paleis het Loo om schetsen van Beatrix te maken. Later kwam ze naar zijn atelier in de Van Imhoffstraat om te poseren en dan werd de hele straat afgezet en ook kwamen er de nodige beveiligers mee. Zelfs Joep, de zoon van Jan, kreeg haar niet te zien.

Omdat er in een van de komende uitgaven van De Haagse Tijden een artikel over de familie Goeting komt, zowel zijn vrouw als zijn zoon waren ook begaafde kunstenaars, heb ik in deze bijdrage niet al te veel gegevens over Jan Goeting vermeld.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Recente berichten