Haags groen in alle jaargetijden

Laatst fietste ik weer eens door het Haagse Bos samen met mijn kleindochter. Een deftig bos omdat de koning er woont. Vol ontzag stond mijn kleindochter voor het hek te kijken naar het grote huis, dat eigenlijk een paleis zou moeten zijn. Jammer dat we niet door het hek mochten fietsen. Er stond een bewaker bij een klein poortwachtershuisje oplettend naar ons te kijken. We fietsten verder langs de bosvijver. Er kwamen meteen herinneringen bij mij boven van strenge winters in de jaren negentig, toen de vijver bevroren was en wij haar moeder leerden schaatsen.

Naast dit koninklijke bos hebben we verder in Den Haag vooral veel ‘bosjes’. Behalve de bekende Scheveningse bosjes zijn er de bosjes van Pex, de bosjes van Poot en niet te vergeten het bosje van Repelaer, een klein verstopt stukje groen achter de Frederikstraat. In mijn jeugd woonde ik in de wijk Archipel, vlakbij de Scheveningse bosjes. Als kind ging ik daar met mijn ouders in de jaren vijftig vaak heen om de eendjes te voeren bij de Waterpartij. De grote vijver waar we ook leerden schaatsen in een van de koude winters uit mijn kinderjaren. In de lente en de zomer speelden we in het bos bij de klimrekken in, wat wij ‘De Leeuwenkuil’ noemden. Toen we groter werden, fietsten we met onze ouders helemaal naar Meyendel. Je kon er fietsen door de duinen tot aan Katwijk.


Bij Kijkduin is er ook nog Meer en Bos. Daar was onze trouwreceptie in de jaren zeventig en zijn ook onze trouwfoto’s gemaakt. Verder zijn er natuurlijk de parken. Het mooiste park is het Zuiderpark en niet te vergeten het Westbroekpark. Daar zijn mooie, grote grasvelden, waar je ook mag barbecueën en vuurkorfjes laten branden. In het Benoordenhout – het deel van Den Haag ten noorden van het Haagse Bos – is nog het bos van Byland. Dit is eigenlijk een landgoed. Evenals Clingendael met de Japanse tuin. Landgoederen met mooie grote bomen; tegenwoordig heel geliefde trouwlocaties. In Clingendael gingen wij vroeger vaak met de kinderen in het weekend met mooi weer picknicken of speurtochten uitzetten als er een verjaarspartijtje was. Zo kom je erachter dat elke groene plek zijn eigen gebruikers en herinneringen heeft. Niet iedereen kan op vakantie. Of er is geen geld voor, of je bent om verschillende redenen niet meer in de gelegenheid een verre reis te maken. Bedenk dat je niet ver hoeft te gaan om te genieten van de natuur.


Laatst las ik het boek Paradijs in de Polder van Arita Baaijens. De schrijfster is een ontdekkingsreizigster, die in alle uithoeken van de wereld is geweest en daar prachtige boeken over heeft geschreven. Boeken over tochten door de woestijn met kamelen en zwerftochten te paard door Mongolië. Maar dit laatste boek gaat over het landschap dichtbij huis. Plekken waar we herinneringen aan hebben, plekken met verhalen. De schrijfster moedigt je aan om je heen te kijken en je te verwonderen over je omgeving en vooral niet alles vanzelfsprekend te vinden. Het is me opgevallen dat er nu pas steeds beter wordt gekeken naar de vogels en de insecten en plantensoorten die dreigen te verdwijnen. We beseffen zo langzamerhand dat we niet zonder ze kunnen.


Blijf je verwonderen over bomen. Ze zijn er vele jaren. Je loopt in hun schaduw op het Voorhout, fietst langs het Malieveld met die prachtige dikke kastanjebomen. Ze zorgen voor schone lucht en je kunt eronder schuilen als het regent. Er zijn gelukkig nog veel oude bomen in Den Haag. Zoek ze op en geniet van al dat mooie Haagse Groen.

Ineke Seriese
ineke.seriese@ziggo.nl

Japanse tuin Clingendael. Foto: G.Lanting, Wikimedia

Recente berichten