Zomervakanties van toen

Herinneringen aan de zomertijd ‘van toen’ beperken zich tot Nederland, want toen ik jong was en nog thuis woonde, gingen we zeker niet met vakantie naar het buitenland. We bleven in ons eigen land, al was het alleen al vanwege de beperkte financiële middelen in ons gezin. Vliegreizen maken behoorde in die tijd (1950-1964) trouwens ook niet tot het normale patroon. De zomervakantie werd in de eerste plaats gekenmerkt door veelvuldig bezoek aan het strand en niet te vergeten het Zuiderpark. Logisch als je op de Zuiderparklaan woont en de kinderspeeltuin ‘Ot en Sien’ zo ongeveer om de hoek te vinden is.

Overigens was een strandbezoek al een populair tijdverdrijf van een groot deel van mijn oudere familieleden. Onderstaande niet erg flatteuze foto, waar onder meer een oom en tante op voor komen, is daarvan het bewijs. Als je Hagenaar of Hagenees bent, hoor je van het strand te houden en dat deden we dan ook intens. Zeker wanneer de rit naar het strand ook nog eens gemaakt kon worden met de ‘open tram’. Wij gingen altijd naar het ‘stille strand’; het strand aan de boulevard was immers met al die verleidelijke tentjes (toen al) veel te duur. Eten en drinken gingen mee in de tas, net zoals voldoende scheppen en zonneschermen. Omdat de vakanties weleens te lang duurden voor mijn moeder, werd ooit een poging gedaan mij onder te brengen bij de zogenoemde “groepen”. Dan ging je met een (te) grote groep kinderen wandelen naar een plek waar je buiten kon spelen. Naar Meer en Bos bijvoorbeeld. Onder leiding van wildvreemde juffrouwen en meesters, die er doorgaans een veel strenger regime op na hielden dan je van school gewend was. Ik heb het twee dagen volgehouden, vond al die vreemde leeftijdgenoten en begeleiders niet passen in mijn ideale geluksbeeld. Later gingen we écht op vakantie, maar wel in Nederland. Dan schakelde mijn pa van Gend & Loos in om wat spullen (koffers, tassen, fietsen) naar de plek van bestemming te laten brengen en zelf gingen we dan per trein met het gezin. Vaak naar Vierhouten, waar mijn oom op de camping Saxenheim een eigen huisje had. In die tijd was het heel wat om een oom te hebben met een eigen huisje. In mijn gedachten moest die man wel héél rijk zijn. Het was een simpel huisje, maar het was een ongekende luxe om daar één of twee weken te mogen verblijven. Weliswaar zonder douche (wassen aan de koud waterpomp) en toilet (in een armetierig hok) achter het huisje, dat toch de veelbelovende naam Erica droeg.

Ook in de eerste jaren na mijn huwelijk in 1964 bleef ik gewoon in Nederland. In 1968 toerden we door het land in een gehuurde auto en vonden we in het Dolfinarium het eerste pretpark voor onze twee kinderen. Pas in 1971 brachten we een deel van de zomer in het buitenland door: onze eerste buitenlandse reis. Wederom in een gehuurde auto, een Opel Kadett, waarmee de reis naar het Gardameer voerde. Ik werkte toen bij de ANWB en had via een folder een bungalowpark ontdekt in Moniga del Garda, vlakbij Desenzano. We verbleven daar in een eenvoudig huisje met één woon- en slaapkamer en een miniem terrasje voor de deur. ‘Met douche’, stond in de ANWB-folder, maar die konden we “even niet vinden”. De volgende morgen bleek die bij de buren aan de buitenkant van het bungalowtje gemonteerd te zijn, dus dan moest dat bij ons ook zo zijn. Douchen met de kleren aan werd het dus.


Overigens hebben we hoogstwaarschijnlijk vanaf dat jaar onze liefde voor La Bella Italia voelen opbloeien, want in dat land kom ik nog steeds graag. Al ontdekten we in die eerste vakantie aan het Gardameer ook dat het mooie vakantieland erg duur was: benzine was duur, ondanks de meegenomen benzinebonnen, en koffie viel al helemaal buiten onze prijsbegrippen. Gevolg was dat de terugreis naar Nederland uit budgettaire overwegingen drie dagen eerder en in één ruk (1100 km) moest plaatsvinden, want er was nog net genoeg geld beschikbaar voor benzine, maar niet voor een overnachting onderweg. Ach, daarna werd de vakantie in het buitenland in de zomer eigenlijk heel normaal: een aantal jaren naar de Italiaanse meren, daarna naar Spanje aan de Costa Blanca (Denia) en toen weer terug naar Italië. En toen onze drie kinderen de deur uit waren, werd het vliegtuig het meer voor de hand liggende vervoermiddel. Zowel naar Spanje als naar Italië. Maar dit jaar zullen we het toch weer in Nederland moeten zoeken. So what? De Veluwe, Zeeland en de Waddeneilanden zijn gelukkig binnen bereik!

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Recente berichten