Postzegels sparen; de bezigheid van ieder kind?

  • In Buurt
  • september 1, 2020

Vroeger spaarde menig kind een poosje van zijn leven postzegels. Hoe je daar mee begon en aan kwam, kon sterk verschillen. De meesten van ons waren natuurlijk sterk afhankelijk van ‘krijgertjes’, zoals die werden afgeweekt van de briefpost van ouders, familie en vrienden. Hoewel… In die briefpost zat veelal toch te weinig variatie om het verzamelen interessant en spannend te houden. Een pakket uit de winkel met bijvoorbeeld driehonderd verschillende zegels bracht dan meestal uitkomst en die konden soms qua samenstelling van over de hele wereld zijn. Als ik hierover in mijn eigen herinneringen spit, tref ik meteen als bron de brieven en ansichten die mijn zeevarende vader ons vanuit zowat de hele wereld met grote regelmaat toestuurde. Als zesjarige kon ik weldra bogen op zegels uit exotische oorden als China, Japan, Egypte, Palestina, Litouen en Roemenië; landen waar je vaak maar één postzegel van bezat, maar toch, je stak er zomaar onbedoeld een vriendje de ogen mee uit. 

Het serieuze verzamelen begon voor mij zo rond mijn achtste jaar toen een aardige mijnheer – die ons vanwege oorlogstijd nogal geheimzinnig namens B.P.M Shell (mijn vader voer daar in de oorlog op de vloot) periodiek op ons evacuatiesdres in Soestdijk kwam opzoeken – mij zomaar een eigenhandig gemaakt postzegelalbumpje doneerde. Nu had hij mij al eerder aangeraden me te specialiseren in de zegels van Nederland en de koloniën. Zodoende was het niet verrassend dat het albumpje een kleine verzameling van Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen bevatte, bestaande uit tientallen met name Nederlandse postzegels. Geen wonder dat ik mij op die dag een postzegelkoning te rijk voelde! Geweldig, het begin was er, en alle minder zeldzame zegels kreeg ik in één klap in mijn bezit. Ik heb die kleine stukjes papier toen vast een voor een geteld; zoiets deed je immers fanatiek als je pas aan het postzegelverzamelen was. 

Na de oorlog terug in Den Haag, ingekwartierd op de Prinsegracht, ontdekte ik al spoedig een postzegelwinkeltje in de Jan Hendrikstraat. Het waren schaarse tijden maar met de paar kwartjes, guldens en rijksdaalders die mijn verjaardagspaarpot opleverde, spoedde ik mij naar dat winkeltje, waarvan ik mij helaas noch naam, noch toenaam weet te herinneren. De ‘gaten’ in mijn verzameling slonken door deze sporadische aankoopjes nauwelijks aantoonbaar. Maar toen deed die aardige meneer de postzegelhandelaar mij een heel aantrekkelijk aanbod: zou ik hem af en toe op een vrije middag komen helpen in de winkel met onder andere sorteer- en plakwerk, dan mocht ik voor die hulp telkens voor een aardig bedrag aan zegels uitzoeken. En toen vulden zich ook gestadig de lege vakjes waarin de duurdere zegels thuishoorden en leerde ik terloops van een vakman letten op de kwaliteit, die met name bij de oudere zegels zeer wisselend kon zijn, waardoor de waarde ervan drastisch kon verminderen. De prijs die de catalogus aangaf, gold namelijk alleen voor onberispelijke exemplaren. Begrippen als ‘nagetand’, ‘gerepareerd‘ (dunne plek) en ‘vervalsing’ knoopte ik voor eeuwig en altijd in mijn jongensoren. 

Terwijl mijn postzegelverzameling steeds vollediger raakte, eisten daarnaast ook andere hobby’s hun aandacht op. Over voetbal, cowboyfilms en de strips van Dick Bos schreef ik hier al eens eerder, maar zo rond mijn zestiende kwam ik via een oudere vriend, Koen genaamd, plotseling in aanraking met jazz. Vooral door wat toen ‘modern’ heette (cool, bebop) werd ik meteen hevig geraakt. Maar helaas, grammofoonplaten, zeker langspeelplaten, waren in die vroege jaren vijftig een luxeartikel; voor de gewone man en doorsnee scholier volslagen onbetaalbaar (16,50 gulden, een half weekloon, voor een 33-toeren plaat). Om over een pick-up en een versterker inclusief luidsprekers nog maar te zwijgen. Maar toen bracht mijn postzegelverzameling uitkomst. Henk, een andere goede vriend, bleek zo handig dat hij een oude mechanische koffergrammofoon middels een fietsdynamo elektrisch wist om te bouwen. Tweedehands, via een advertentie in de Haagsche Courant, schaften wij de andere audiobenodigdheden aan. En dat alles werd gefinancierd middels de vijfentwintig harde guldens die mijn verzameling Nederland en overzeese gebiedsdelen op de toenmalige Postzegelmarkt ‘onder de Boom’ aan het Noordeinde opbracht. En zo offerde ik die in jaren liefdevol bij elkaar gespaarde en verdiende postzegels op aan de jazzmuziek met een grote J.  Maar niet voor altijd, want een tiental jaren later begonnen de postzegels opnieuw mijn aandacht te trekken. Over hoe dat uit zou pakken, vertel ik graag een andere keer.

Theo van der Wacht
twacht@casema.nl

Recente berichten