Troonrede van 1820

  • In Buurt
  • september 15, 2020

Al meer dan tweehonderd jaar leest ons staatshoofd op Prinsjesdag de troonrede voor. Wat is er eigenlijk in die tijd veranderd en wat is hetzelfde gebleven? Ik heb de Troonrede van 1820 erbij gepakt om daar eens naar te kijken.

De dag van Prinsjesdag
Om te beginnen: in 1820 was Prinsjesdag niet op de derde dinsdag in september, maar op de derde maandag in oktober. In 1848 kreeg de Tweede Kamer veel meer te zeggen en de begroting werd ieder jaar vastgesteld. Dat moest dan wel voor 1 januari gebeurd zijn. Daarom verplaatste men Prinsjesdag naar de derde maandag in september. In 1887 werd het de derde dinsdag van september, zoals we het nog steeds kennen. Reizen met stoomtrein en koets ging natuurlijk niet zo snel en Kamerleden moesten al op zondag van huis om op tijd in Den Haag te zijn. Dat was voor leden van christelijke partijen een bezwaar.

De schrijver van de Troonrede
In 1820 regeerde Koning Willem I ons land. En dat regeren kunnen we letterlijk nemen. Hij had ministers en er was een parlement, maar het was Willem I die de besluiten nam. De troonrede was dan ook zijn tekst. Dat is nu wel anders: Koning Willem-Alexander leest een tekst voor die hij niet zelf heeft geschreven. Daarvoor zijn nu de ministers verantwoordelijk. De koning begon in 1820 zijn troonrede met de aanhef “Edel Mogende Heeren!”. Want ja, het zou nog bijna honderd jaar duren voordat Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer zou worden verkozen.

Familie
Aan het begin van de Troonrede kijkt de koning terug op droevige én vreugdevolle gebeurtenissen in zijn familie. Zijn zuster is overleden. En ook zijn moeder, Prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van Stadhouder Willem V. Ze waren in 1787 uit Den Haag verdreven en woonden in Nijmegen. Ze was een doortastende dame en besloot naar Den Haag te gaan om te regelen dat haar man terug kon komen. Bij de Goejanverwellesluis werd ze tegengehouden door de Patriotten, de tegenstanders van de Prins. De vreugdevolle gebeurtenis in de troonrede is de geboorte van de derde zoon van de kroonprins. Deze zoon was Prins Hendrik die wij in Den Haag kennen, omdat er een plein en een straat naar hem zijn genoemd in het gezellige Zeeheldenkwartier.

Vernieuwingen
Heel lang kende de Nederlanden per provincie verschillende maten en gewichten. Zo had je de ‘el’ als lengtemaat. Die was afgeleid van de lengte van de onderarm, de ellepijp. Maar er waren meerdere ‘ellen’. Zo was de Amsterdamse el 68,8 cm en de Twentse el 58,7 cm. Een poging tot standaardisatie was al het verklaren van de Haagse el (69,4 cm) tot de nationale standaard. Uiteindelijk kwam in heel Nederland het metrieke stelsel, met de meter, kilo en andere maten die we nog steeds gebruiken. De koning was in de troonrede ook heel tevreden over de voortgang van de inenting tegen koepokken, een akelige virusziekte. In 1818 had hij een gouden medaille voor Koepokkenvaccinatie ingesteld voor artsen die bewijsbaar meer dan honderd personen hadden ingeënt.


Armoede
De economische situatie was rond 1820 slecht en er was veel armoede. Tegelijk waren er in Drenthe de zogeheten ‘woeste gronden’, waar zonder maatregelen geen landbouw mogelijk was. In 1918 richtte Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op. Doel was om paupers uit de steden onder te brengen in landbouwkoloniën, waar ze hun eigen onderhoud konden verzorgen. Een van die koloniën was Frederiksoord, genoemd naar de tweede zoon van de koning. In de troonrede spreekt de koning zijn lof uit voor dit initiatief.

Financiën
Geen troonrede is compleet zonder dat er over geld wordt gesproken. Daarover zegt de koning: “De staat van ’s Rijks financiën heeft, sedert de opening uwer laatste vergadering, geene aanmerkelijke en geene ongunstige veranderingen ondergaan”. ‘Geene ongunstige’ is een dubbele ontkenning, taalgebruik waarvan ik altijd heb geleerd dat je dat niet moet gebruiken.

Ik neem maar aan dat de koning bedoelde dat Nederland er financieel goed bijstond. Dat wordt bevestigd door de mededeling dat de opbrengst van de accijnzen waarschijnlijk hoger zal zijn dan in het vorige jaar.

De koning sluit de troonrede af met het vertrouwen dat hij steeds ondersteund zal worden door de wijsheid en vaderlandsliefde van de Kamerleden.

Jacqueline Alders
info@jacquelinealders.nl

Recente berichten