Het huiselijk leven in de jaren vijftig

Een bankstel, een loungebank? Nee, die luxe kenden we niet in de kleine vierkamerwoning aan de Zuiderparklaan. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig was het herstel van de oorlogstijd nog voelbaar; mijn vader had geen ‘dik’ salaris en met vier kinderen was het budget beperkt. Eigenlijk vrij karig, kan ik wel stellen. Dus geen exotische maaltijden op tafel (vandaag de dag plukken we de meest verrassende menu’s zo van het internet) en al helemaal geen comfortabele huisraad. Heel eenvoudig, met z’n allen om de tafel met de grote lamp erboven aan: daar werd aan gegeten, de krant gelezen, en huiswerk gemaakt.

Niet afgeleid door een TV, want die bestond nog niet of het was nog niet gangbaar deze in huis te hebben. Hooguit de afleiding van een radio, en wel een heel speciale, namelijk een exemplaar van de radiodistributie: een niet echt veelzeggend grijsbruin metalen kastje en een PTT-draaiknop, want het signaal kwam binnen via de PTT. Met maar liefst vier zenders: H’sum 1, H’sum 2, België 1 en België 2. Ik kan mij nog heel goed herinneren dat het nieuws over de Watersnoodramp in Zeeland in 1953 bij ons binnenkwam via deze distributiezenders. We zaten dus niet op een comfortabel bankstel om te luisteren, maar aan die grote tafel of simpelweg op de grond. Dan luisterden we ademloos, dat weer wel. Zoals, iets later toen we wat groter waren, ook naar de Familie Doorsnee of naar Paul Vlaanderen. Of naar de Bonte Dinsdagavondtrein. Dat de radio als meubel werd beschouwd, was pas later. Ik kan mij nog herinneren dat mijn ouders, vlak voordat mijn zus naar Nieuw-Zeeland emigreerde, een radio van haar cadeau kregen, die bediend werd met een zenderknop die langs zo’n schaal draaide om zenders te zoeken. Voorzien van druktoetsen onder de zenderschaal. Dat begon al een beetje op een meubel te lijken. Toen ik trouwde in 1964 en bij mijn schoonouders inwoonde, waren de radiomeubels net populair aan het worden: een kastje met radio en aparte ruimte voor een platenspeler. Wat een verschil met nu, waar de geluidsinstallatie uit een ontvanger en minstens zes draadloze speakers bestaat. Ik herinner mij dat de eerste fauteuil bij ons in huis kwam. Niet uit luxe overwegingen. Nee, mijn vaders linkerbeen was in 1956 geamputeerd en hij moest ‘een beetje makkelijk kunnen zitten’.

Op de foto hebben mijn zus – die later emigreerde – en ik erop plaatsgenomen. Op de foto is ook meteen de uiterst ‘moderne’ klok op de schoorsteen zichtbaar en niet te vergeten de kolenhaard.
Het eerste bankstel kwam in huize Van Rijswijk pas na het vertrek van mijn twee zussen (de oudste was inmiddels getrouwd en de jongste dus vertrokken naar Nieuw-Zeeland). Bankstel? Nou ja, het was een rotan bankstel. Mijn moeder was verzot van een interieurzaak op de Dierenselaan, die Van Zanten heette en in de galerij op het eerste deel van die laan zat. Die verkocht Pas Toe meubelen. Daar had mijn ma dat rotan bankstel gezien en ze kocht het gelijktijdig met nieuwe zogeheten overgordijnen, die voor die tijd – begin zestiger jaren – supermooi, maar ook superduur waren. Maar we scoorden er zogezegd wel mee bij familie en kennissen. En meneer Van Zanten vaarde er goed bij. Op de rotanbank kon ik in elk geval comfortabel zitten met mijn vriendinnetje. Waarbij wel de kanttekening hoort dat mijn vader vanuit zijn rotan fauteuiltje nauwlettend in de gaten hield waar de handjes van zoonlief verbleven!

Comfort, zoals een douche, was er niet in die tijd. Omdat we al iets te groot waren om nog in die teil in de keuken gewassen te worden, gingen we naar het badhuis aan de Escamplaan, naast het zwembad. Pas veel later lieten mijn ouders een van de twee gangkasten verbouwen tot doucheruimte. Heel eenvou- dig hoor, niets luxe tegels of afvoergootje. De wanden werden simpel geverfd en er werd een vloertje gestort. De slaapkamer was bescheiden, zeker toen we nog met z’n zessen in huis woonden (mijn ouders, drie zussen en ik). Pas toen mijn oudste zus getrouwd was en de tweede geëmigreerd, kregen mijn jongste zusje en ik een eigen slaapkamer met een ‘gewoon’ bed. Daarvoor sliep ik bij mijn oudste zus in een opklapbed. Een opklapbed? Jazeker, zo een die je bij wijze van spreken ook tussen de schuifdeuren verticaal omhoog kon klappen. Later, toen ik met mijn eerste vrouw inwoonde bij mijn schoonouders, hadden wij er net zo één. Die klapten we horizontaal op en als we ‘m uitklapten lag ik aan de rechterzijde precies een halve meter naast de kolenhaard. Vandaag de dag zijn de woonvoorzieningen wel anders dan toen. Toch heb ik, zoals u leest, mooie herinneringen aan die tijd.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Recente berichten