Winkelen in de Haagse Sumatrastraat

Met grote regelmaat lees ik De Haagse Tijden en mijn aandacht gaat dan vooral uit naar de herinneringen die lezers hebben aan de straat of wijk van hun jeugd. Zelf eigenaar van een groenten- en fruithandel in de Sumatrastraat heb ik mijn herinneringen aan deze Haagse straat opgehaald en opgetekend. In het begin van de jaren zeventig was de Sumatrastraat een echte winkelstraat, waar misschien wel veertig winkels of bedrijven waren gevestigd. 

Op de hoek, waar nu meneer Heijn zijn winkel heeft, zat toen Simon de Wit. Daarnaast was de groentewinkel van Jan Leeuwen-

steijn te vinden, verreweg de grootste en drukste zaak in de Archipel, en zeker in de Sumatrastraat. Zijn klanten kwamen uit heel Den Haag en Wassenaar. Gunstig dus voor de aanloop in de hele buurt! Naast Leeuwenstein waren er nog drie groentewinkels gevestigd, te weten Willem Koolmees, tante Truus Peters (leverde aan de BPM) en Tinus Meesters. 

De Bataaf en de Nationale Nederlanden kochten bij hem het fruit en de groenten. In het pand van Peters heeft eventjes een koffiehuis gezeten, waarvan ik meen mij te herinneren dat het de naam De Automarkt droeg. Ook naast Koolmees zat een echt ouderwets koffiehuis en daar weer naast hadden de gezusters Ven een kleine kruidenierszaak. Toen deze veranderde in Simon Albert, zijn de gezusters gestopt met de grutterswaren en hebben nog een paar jaar een stomerij beheerd.

Er waren twee bakkers, waaronder Hus, waarvan mevrouw v.d. Plas filiaalhoudster was. Aan het einde van de straat was de winkel van Lensveld Nicola gevestigd. Later werd Hus omgebouwd tot een zogeheten vinotheek, wat compleet nieuw was in die tijd. De tabak branche was ook goed vertegenwoordigd: er zaten maar liefst drie sigarenboeren in de straat, namelijk Eugene Wijnen, Tina Brouwer en eentje waarvan ik de naam kwijt ben. Als man kon je bij twee kappers terecht: Jan van Aarle – een unieke kapper, want hij kon knippen zonder roddelpraatjes – en Eppo Feenstra, die iets verderop in de straat werkte. Tegenwoordig is het misschien onvoorstelbaar, maar toen waren er ook twee garages met benzinepomp: Loek van Vilsteren en Garage van Leeuwen. Wanneer iemand een deuk of andere schade had, kon hij bij Zuidgeest terecht, schuin tegenover reparateur de Bruijn. Op nr. 49 had John van Raamt een rijwielzaak annex fietsenstalling, waar hij fietsen repareerde. Vlak naast John had Jacques van Dijk een manufacturenzaak en toen hij naar de Bankastraat verhuisde nam het Plastichuisje zijn plaats in. Daar kon je van alles kopen en als iets niet voorradig was, zorgden ze ervoor dat het de volgende dag wel in huis was. Aan de overkant, vlak naast Garage van Vilsteren, runde de echtgenoot van ‘mevrouw Plastic’ een dierenwinkel, die in december werd omgetoverd tot een kerst- en daarna een vuurwerkwinkel.

Met Feenstra en Leemburg had onze straat twee loodgieters. Leemburg had zijn werkplaats op nr. 40 en iedere ochtend vertrok hij of zijn medewerker Kobus Siraal met de bakfiets naar de winkel in Scheveningen. Voor een grote of kleinere verbouwing kon je kiezen uit Van Spronsen en Van Noort. De benodigde verf kwam van de overkant! Het aller lekkerste visje kwam van Cor en Bep Groen. De mootjes vis die hij bij Shell leverde, moesten allemaal even groot zijn en het afsnijdsel verkocht hij – gebakken – in de winkel. En omdat vis moet zwemmen, kon je bij de Sumatra Bodega op het terras een heerlijk biertje kopen. Dat kon natuurlijk ook bij de Snoeshaan, maar dat was meer een feestcafé. Verder was er nog een schoenmaker, een natuursteenhandel (Chris Jehee) en Hoogervorst de oliehandel. Later kwam daar het Hofje van Elf.

Dan de twee slagers niet te vergeten: Slagerij Karstens op de hoek van de Balistraat, waarvan het pand later de uitgifte werd van de Haagsche Courant, en Ger de Kroes. Vlak naast De Kroes heeft langere tijd een wasserette gezeten. In die tijd iets bijzonders. Voor vleeswaren en zuivelproducten kon je behalve bij Appie (eerst Simon de Wit) ook bij Chris Meershoek terecht, en Jan Hoogenboom ventte mobiel ook nog melk, boter, kaas en eieren uit. Tussen Jan Leeuwenstein en de Bruine Beer was een winkel die de naam Pantage droeg, waar gordijnen, kleine meubels en prulletjes werden verkocht. Het betreffende pand en dat van de Bruine Beer is opgeslokt door AH. Het laatste bedrijf dat ik wil noemen is de Feestzaal, zo meldde het uithangbord boven de deur. De man die daar werkte bevoorrade schepen in de Rotterdamse havens en de groenten en andere levensmiddelen die hij daarvoor nodig had, kocht hij bij mij. Geen gezeur over prijzen, alles moest alleen maar goed zijn!

Martien van Rijn 
martienvanrijn@skpnet.nl                                                                  

Recente berichten