Haagse leven verrijkt door modepaleizen

  • In Buurt
  • november 10, 2020

Den Haag is natuurlijk de stad van de koninklijke paleizen, maar we hebben ook andere soorten paleizen. Zo’n 120 jaar geleden werd het Haagse leven verrijkt met zogeheten modepaleizen.

Het ontstaan van winkels

Als je vroeger schoenen nodig had, ging je naar de schoenmaker. Als je een hoed wenste, ging je naar de hoedenmaker. Dat waren ambachtslieden die in hun werkplaatsen aan huis producten maakten die de klanten bij hen besteld hadden. Maar het bleek ook handig om wat koopwaar op voorraad te hebben. En die stond dan in een hoek van de werkplaats. Een oud woord voor hoek is ‘winkel’ of ‘winckel’. Denk maar aan winkelhaak of aan het Duitse woord voor hoek, dat nog steeds Winkel is. Dus daar vinden we de oorsprong van ons woord winkel. 

In de tweede helft van de negentiende eeuw ging de splitsing tussen het maken en de verkoop van producten steeds verder. De ambachtsman met zijn werkplaats verloor het van de fabrieken en in de steden kwamen er steeds meer mensen wonen.
Zo nam de bevolking van Den Haag toe van 100.000 in 1875 naar 200.000 in 1900. En meer
inwoners betekent meer vraag, zodat het interessant werd om
winkels te openen. In die winkels was het mogelijk grote voorraden op te slaan. Daarom werden winkels vroeger ook wel magazijnen genoemd. En zo veranderde doelgericht kopen bij een ambachtsman in ‘winkelen’. In Den Haag was dit een nieuw woord dat rond 1900 in gebruik kwam.  

Haagse winkelstraten

De Hoogstraat, het Noordeinde, de Spuistraat, Vlamingstraat en Venestraat waren al heel lang, vanaf de middeleeuwen, de straten waar veel handel en bedrijvigheid te vinden waren. Hier werden oude pandjes gesloopt om plaats te maken voor veel grotere en hogere winkels (met bovenwoning). Zo werden het echt chique winkelgebieden. Laten we eens wat winkels van dichterbij bekijken. 

Magazijn Nederland

Op de hoek van de Spuistraat en het Spui zat Magazijn Nederland. Dit bedrijf werd al in 1856 in Amsterdam opgericht door L.A. Kattenburg. Kattenburg had tien zonen die allen in de zaak kwamen te werken, zodat er filialen in diverse steden in Nederland ontstonden. In een van hun advertenties is te zien dat ze ‘gemaakte kleding’ verkochten. Dit betekent dat ze confectie leverden, waar ze zich als een van de eerste detailhandels op toelegden. In 1915 mochten de architecten Simons & Van Braningen een heel nieuw pand voor het Magazijn Nederland ontwerpen. Boven de ingang op de hoek zie je nog steeds in gouden letters de naam van deze winkel. 

B.J. Voss & Zonen

Eind september 1909 kondigde modemagazijn B.J. Voss & Zonen in een advertentie in de Haagsche
Courant trots de opening aan van een vierde vestiging. Ze hadden al winkels in Amsterdam,
Rotterdam en Leeuwarden en lieten nu ook in Den Haag een pand bouwen: “Onze nieuwe prachtbouw”. Dit ontwerp van de architecten Jacot en Oldewelt vinden we op de hoek van de Spuistraat en de Nieuwe Verkeersweg. Die laatste straat was de net aangelegde Hofweg. Zes etages met dames- en kinderconfectie en japonstoffen. In de advertentie staat als bijzonderheid vermeld: ‘Electrische lift naar alle magazijnen.’ Ook de naam van B.J. Voss & Zonen is nog te zien wanneer je door de Spuistraat loopt. 

Compagnie Lyonnaise

Wie echt mee wilde tellen,
moest een mooie stof naar de laatste Parijse mode uitzoeken,
bijvoorbeeld bij de Compagnie
Lyonnaise. Dit stoffenhuis opende in 1891 een filiaal in Nederland en welteverstaan in Den Haag. In 1903 lieten ze door architect De Wolf een nieuw pand ontwerpen. Op de hoek van de Kneuterdijk en de Hoge Nieuwstraat verrees hun ‘in streng modernen stijl opgetrokken mode-paleis’. Het Dagblad van Zuid-Holland en ‘s Gravenhage meldt verder in zijn bespreking: ‘De hoofdingang juist aan het hoekpunt van voornoemde straten gevestigd, vormt het middenpunt van groote spiegelruiten; deze verdeeling doet de etalages zeer tot haar recht komen en heeft ook het voordeel eener goede belichting van de magazijnen’. De grote spiegelruiten laten nu de mooie bloemen en vazen van Alpina zien. 

Alle beschreven winkels zijn inmiddels verdwenen, maar de mooie panden kunnen we vandaag de dag gelukkig nog bewonderen.  

Jacqueline Alders 
info@jacquelinealders.nl 

Recente berichten