Werkelijk op z’n Haags

Onlangs kreeg ik ‘De Kerauna Eidisie’ van het Groen Geile Boekie bezorgd; de bijbel van het Haags. Mocht u er niet mee bekend zijn: de jammerlijk vroeg overleden tekenaar Marnix Rueb slaagde erin zijn stripfiguur Haagse Harry in zijn tekstballonnetjes onvervalst Haags te laten spreken door een volkomen nieuwe spelling en gebruik van accenten. Geniaal!

Samen met zijn broer Robert-Jan Rueb en cabaretier/schrijver/ presentator Sjaak Bral vormde hij de directie van het Haags Tale Instituut en dat heeft onder andere dat Groen Geile Boekie in elkaar gezet. Daarin onder meer, en ik citeer: ‘de uitgebreide officiële spellingsregels voor het Haags – onversneden Haagse uitdrukkingen en gezegdes – ‘geile’ pagina’s met verboden taalgebruik – een Scheldwijzer waarmee je je eigen Haagse compliment kunt samenstellen.’ Recentelijk is een geheel herziene druk in hardcover uitgekomen, want het coronavirus dat de wereld nu in zijn greep heeft, is uitstekende voedingsbodem voor veel nieuw ‘Haags’.

Het begint al op de cover, waar Haagse Harry vriendelijk vraagt: ‘Zal ik jâh is effe lekkâh ijje bek kuchûh?’ Vanaf de dag dat ik Haagse Harry voor het eerst onder ogen kreeg, ben ik hartstochtelijk fan van deze innemende proleet en ik ben er trots op dat ik destijds van Robert-Jan toestemming kreeg om een tekening die Marnix voor mij maakte te gebruiken als logo voor mijn radio-rubriekje De Haagse Stgot. Uiteraard moest ik de nieuwe druk van het Groen Geile Boekie hebben en ik kan u verzekeren dat ik met tranen heb gelachen. Heerlijk! Maar ondanks dat ik elke letter hierboven meen, is dat eigenlijk allemaal ‘terzijde’, want ik wilde het over iets heel anders hebben. In het boekie staat een cartoon van een Haagse vrouw die, bij het zien van het Haagse straatnaambordje Vaillantlaan, uitroept: ‘Váliant? Gek… Ik zou gezwore hebbe dat dit hieâh de Fijantlaan was…’ En even ter verduidelijking: Fijantlaan moet gelezen worden als fie-jantlaan. Zo wordt die naam namelijk doorgaans uitgesproken. Vrijwel geen mens in Den Haag zegt Vaaj-li-jant-laan. Nu ja, misschien Hagenaars, maar geen Hagenezen. 

Die cartoon bracht mij iets in herinnering waar ik al tijden een keer over wilde schrijven. Lang, heel lang geleden, toen ik een zeer jong jongetje was, hoorde ik mijn vader een keer praten met zijn vader, mijn opa dus. Zowel mijn ouders als mijn opa rookten. Dat kon toen nog, want zelfs de huisarts had op zijn bureau een asbak staan, en bij verjaardagen kon de talrijke visite kiezen uit de verschillende soorten sigaretten die op het salontafeltje in glazen klaarstonden. Tja, de wereld is een tikje veranderd. Mijn opa was eind negentiende eeuw geboren en dat was ver voordat het Engels dagelijks onderdeel van de Nederlandse taal was geworden. In mijn enthousiasme gaf ik hem eens een velletje papier, waarop ik de titels had geschreven van een lp van Glenn Miller, in de overtuiging dat hij het leuk zou vinden dat ik die muziek leuk vond. Hij keek er even naar en zei toen: “Dat is in een andere taal”. Het zei hem niets. En in dat gesprek met mijn vader meldde hij dat hij sinds kort was overgestapt op een ander merk, namelijk ‘Gol-de-frictie’. Het duurde even voor mijn vader begreep dat opa Golden Fiction bedoelde…

Lang, heel lang geleden, reed ik als iets ouder, zeer jong jongetje samen met mijn moeder een keer in zo’n bleekgele HTM-tram. Het moet op de route van lijn 12 zijn geweest en ik kan me werkelijk niet herinneren waarom we in die tram zaten. Mijn grootouders bereikten we met bus 19 en naar ‘de stad’ gingen we met lijn 3, en dat was dat. Lijn 12 voerde door wijken waar ik nog nooit was geweest.

Hoe dan ook, we zaten in lijn 12. In die dagen riep de bestuurder de haltes nog af en hoewel er uitzonderingen waren, blonken de meesten niet uit in verstaanbaar praten. Het was een beetje zoals het vandaag de dag bij de radio is: iedereen mocht achter de microfoon. En daar, lieve lezers, zijn we dan eindelijk aangekomen bij waar dit hele stukje om gaat. Op die mij volkomen onbekende route hoorde ik haltes afroepen waar ik nog nooit van had gehoord. In alle onduidelijkheid. En zeer op z’n Haags. 

Het heeft nog jaren geduurd voor ik begreep dat er in Den Haag een Paul Krugerlaan lag en dat ik tevergeefs zou zoeken naar een ‘Pauwkugalaan’.

René van den Abeelen
rene@renevandenabeelen.net

Recente berichten