Pagina 14

Meta-realisme, een miskende stroming in de Haagse beeldende kunst


Begin jaren zeventig van de vorige eeuw trokken in Den Haag zeven beeldende kunstenaars enkele jaren met elkaar op onder de naam meta-realisten, een kunststroming waarin – kortgezegd – een idee, (dag)droom en werkelijkheid samenvloeien tot een nieuw, als het ware betoverd universum. Dit onder andere als reactie op de abstracte (Cobra)-kunst van die jaren. Deze kunstenaars grepen tevens terug op de verwaarloosde techniek van het zogenoemde fijnschilderen. Voortrekker en bekendste van deze stroming was de al wat oudere Johfra Bosschart (1919-1998).

Een van de andere zes was Frans Erkelens, degene over wie deze tekst overwegend zal gaan. Frans werd geboren in 1937 te Bandoeng, in het voormalige Nederlands-Indië. Na een veelbewogen jeugd (in het Jappenkamp, Australië, Nieuw-Zeeland, Indonesië) belandde hij als jongen in 1947 in Den Haag. Hier zou hij, na het lyceum, zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in 1969 cum laude voltooien. In het begin werkt hij naar de heersende mode van de naoorlogse jaren abstract/non-figuratief. Maar al gauw is hij zich op realistischer werk gaan toeleggen – hij ontwierp grammofoonplatenhoezen voor Polydorm, schilderde kerkramen, toneeldecors voor het Nederlands Dans Theater, als ook een serie schilderijen bij een cabaretprogramma van Herman van Veen. 

Behalve kunstschilder was Frans ook etser, lithograaf en tekenaar. Bovendien beheerde hij een tijd de galerie Orez, in de Haagse Javastraat, waar ook zijn eigen werk te zien was. Later zou hij als leraar een kwart eeuw verbonden blijven aan de Haagse Koninklijke Academie. Na het verschijnen van het boek Meta-Realisten, symboliek bij Nederlandse schilders in 1974, kreeg deze kunststroming ook opeens een zeer welkome landelijke bekendheid, en dit nog wel ondanks de niet altijd lovende recensies in de kunstpers van die tijd.

Ik ga nu op bezoek bij Jan van Veldhoven, die - sinds hij vanaf 2000 het werk van Frans Erkelens ging verzamelen - zodanig met de kunstenaar bevriend raakte, dat zij onder andere samen een aantal reizen naar Indonesië hebben ondernomen. Jan vertelt mij, onder het tonen van zijn verzameling, de nodige wetenswaardigheden over zijn wijlen vriend Frans. Bijvoorbeeld dat Frans in zijn leven maar liefst ruim drieduizend kunstwerken van zijn hand de deur uit zag gaan. Exposities van zijn werk waren er van begin af aan in galeries over de gehele wereld, van Den Haag tot Madrid, van New York tot Frankfurt. Op een expositie in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ontmoette hij een zeer geïnteresseerde koningin Juliana en ook prinses Irene toonde belangstelling voor zijn bijzondere kunst. In 1973 was Frans een van de 26 kunstenaars die werden uitgenodigd een portret van onze koningin te maken; zij vierde in dat jaar haar 25-jarig jublileum als vorstin. 

 Jan vertelt mij over de stadia van ontwikkeling van de kunst van Frans Erkelens. Zoals de geestelijke invloed van de zogenoemde Rozenkruizers op zijn vroege werk en hoe hij, geïnspireerd door Joodse en mythologische motieven, van die indrukken hele series zou gaan schilderen, die later weer werden opgevolgd door Thaise en Indonesische, veelal religieuze, onderwerpen. Frans noemde Indonesië zijn ‘moederland’, wat niet alleen naar zijn geboortegrond verwijst, maar ook zijn geloof in de ‘oergod’ benadrukt, die naar zijn stellige opvatting vrouwelijk moet zijn. De legende van Kajeng Ratu Kidul (vorstin van de Zuidzee) staat daarbij centraal. Titels als Engel van de Zuidzee en Redder der mensen stammen daar van af.

Het jaar 2000 trad Frans Erkelens met ‘een lach en een traan’ tegemoet. Een nieuwe reeks werken zag het licht, geïnspireerd rond het thema clown. Toen mijn gastheer Jan van Veldhoven op een goede dag in Klein Seinpost op Kijkduin met dit werk kennismaakte, raakte hij er zo enthousiast over dat er in hem een verzamelaar van Frans’ werk geboren werd. Tot Frans’ overlijden in 2016 bleef Jan trouw met hem bevriend.

Zoals hierboven reeds gezegd, was de kritiek op het werk van de meta-realisten op zijn zachtst gezegd nogal divers. Vooral in het begin reageerden de museumdirecteuren en critici uit de kunstwereld nogal zuur, terwijl het grote publiek daarentegen er juist door werd aangesproken. In onze Nederlandse musea zal men dan ook nauwelijks werk van deze kunstenaars aantreffen, met uitzondering van het landelijke Groningse Ulrum, waar Johfra Bosschart in een ‘eigen’ museum, genaamd De Eenhoorn, een blijvende plaats heeft verworven. Tot slot wil ik nog enkele citaten over deze kunststroming in de loop der jaren uit met name de Nederlandse pers met u delen:

“Frans Erkelens, een penseel dat ontploft.” (Noord-Hollands Dagblad, 1972);
“Metarealisme meesterlijk, maar topzwaar van pretenties.” (Noord-Hollands Dagblad, 1974);
Frans Erkelens, kunstenaar tussen twee culturen.” (Haags Straatnieuws, 1997).

Tijdens het bewonderen van Jan van Veldhovens verzamelde schilderijen, waarbij we een selectie maakten ter illustratie van dit artikel, verklapt Jan mij dat er gedurende de maand mei te Schipluiden een expositie zal plaatsvinden, op het landgoed Op Hodenpijl, bestaande uit een keuze uit Jan zijn verzameling van het werk van Frans Erkelens. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website www.ophodenpijl.nl. Op de zondagen 8, 15, 22 en 29 mei geeft Jan van Veldhoven een lezing over deze Haagse kunststroming.

 


Details

  • Schrijver

    Theo van der Wacht
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Frans Erkelens
  • Editie

    7-2022

Meest gelezen artikelen

Contact

Laan van Meerdervoort 174
2517 BH Den Haag

Lezersservice
ma t/m vrij van 10 tot 12 uur:

070 - 345 76 97

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


© 2022 De Haagse Tijden. All rights reserved. Powered by Brückel Reclame BV.