Skip to main content

Een liefdesdrama in diplomatieke kring

Op de Algemene Begraafplaats van Den Haag liggen vele prominente personen begraven. De meeste grafmonumenten zijn sober van uitvoering, andere volgen de kunstzinnige stroming van hun tijd. Eén grafmonument valt in het bijzonder op en dat is een marmeren zuil met een gegraveerde zon bovenaan. Het is het graf van de Japanse diplomaat Chikayoshi Surakada die in 1885 onverwacht kwam te overlijden. Achter het grafmonument gaat een liefdesdrama schuil dat de publieke gemoederen lang heeft beziggehouden.

De Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan, gesticht in 1830, is de oudste begraafplaats van de stad. Voor die tijd werden de doden begraven in de kerk, uiteraard tegen betaling en anders op het kerkhof naast de kerk. De lijkgeur in de kerk was vaak onhoudbaar, vandaar dat de meeste kerkgangers geurdoekjes bij zich droegen. Aan deze onhygiënische praktijk kwam pas een einde toen Frankrijk Nederland eind achttiende eeuw inlijfde en het Franse verbod op begraven in de bebouwde kom introduceerde. Het was dus ook niet meer toegestaan op het kerkhof te begraven, wat in de steden vaak leidde tot verontreiniging van het grondwater. Na het vertrek
van de Fransen en met de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden bleef het verbod van kracht, maar er werd niet op gehandhaafd. De oude praktijken keerden terug.

Dit leverde echter protesten op, waarop koning Willem I in 1827 bij koninklijk besluit het Franse verbod bekrachtigde. In Den Haag werd een groot stuk duin aangewezen als Algemene Begraafplaats, een gebied dat toen nog ver buiten de bebouwde kom lag. De entree moest uiteraard sober zijn, maar mocht ook best wat allure hebben. Ten slotte moesten personen uit alle lagen van de bevolking een plaats kunnen vinden. Vlakbij de ingang rond de aula kwamen de grafkelders van de voorname families en lager in de duinvallei de graven voor de gewone man. De granieten dekplaten, al dan niet met uitgehakt familiewapen, pasten bij de uitvaarttraditie. Sommige grafmonumenten werden in Art Deco stijl uitgevoerd, andere in Italiaanse stijl en in marmer. Deze bijzondere graven dragen dan ook bij aan de monumentale waarde van de begraafplaats. De aula, het schijndodenhuis en de portiers-loges staan niet voor niets op de lijst van Rijksmonumenten.

Chikayoshi Surakada

In de lange rij vlakke grafstenen springt er één uit, namelijk dat van Chikayoshi Surakada. Een witmarmeren zuil met een afgeronde bovenkant staat aan het hoofd van het graf. Op de onderzijde staat in het Japans de naam, geboorteplaats en -datum en plaats en datum van overlijden gegraveerd. Surakada was in leven als zaakgelastigde aan de ambassade van Japan verbonden. Deze hoge diplomaat was nog vrij jong toen hij in Den Haag werd gestationeerd. Hij was aantrekkelijk om te zien en in Haagse kringen een gezien figuur. Hij genoot niet alleen de belangstelling van de dames, maar had zelf ook oog voor het vrouwelijk schoon. Hij had een relatie met een Belgische jonge vrouw van 22 jaar, Jeanne Marie Lorette genaamd. Zij sprak zowel vloeiend Nederlands als Frans. Dit laatste maakte dat zij zich vrij in de hogere kringen kon bewegen. De relatie ontwikkelde zich zodanig dat Lorette meer zekerheid over haar toekomst wilde hebben. Surakada was diplomaat en kon dus worden overgeplaatst naar een andere diplomatieke post in het buitenland. En dan was een gehuwde status een vereiste. Surakada ontkwam er niet aan haar op zeker moment te moeten vertellen reeds getrouwd te zijn en zelfs al een zoon te hebben. Vrouw en kind woonden in Japan. Van een huwelijk kon dus geen sprake zijn. Zwaar teleurgesteld en met een gevoel misleid en misbruikt te zijn, schoot zij haar minnaar dood. Kort daarna werd zij gearresteerd en beschuldigd van doodslag.

Begrafenis

De moord veroorzaakte veel rumoer. Niet alleen de kranten stonden bol maar ook bij de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie gingen alarmbellen af. De moord op een hoge diplomaat en nog wel van een bevriende natie hield de gemoederen bezig. Vooral het motief achter de moord maakte het geheel ingewikkeld. Het was natuurlijk een schande dat de diplomaat door zijn maîtresse in een hotelkamer was vermoord en dat moest op een discrete wijze worden opgelost. Norma-liter wordt het lichaam van een overleden diplomaat naar het land van herkomst overgebracht en daar in het familiegraf bij-gezet. Hier kon echter geen sprake van zijn. Het gezichtsverlies voor de familie was groot en de schande moest vooral ver wegblijven. Vandaar dat besloten werd Surakada in Den Haag te begraven. Bij de begrafenis waren tal van hoogwaardigheidsbekleders aanwezig, waaronder de minister van Buitenlandse Zaken, hoge ambtenaren, collega diplomaten en vele dames uit de hogere kringen. Dit alles volgens de kranten, die hier uitgebreid over berichtten.

Het proces

Na de begrafenis begon het proces tegen Jeanne Marie Lorette. De Nederlandse pers was verdeeld. Sommige kranten zagen in Lorette een femme fatale die op berekenende wijze een rijke vooraanstaande man had geprobeerd te strikken. Andere kranten zagen in haar een meisje van bescheiden komaf die hogerop probeerde te komen. De man in kwestie had misbruik van zijn positie gemaakt en haar met geschenken en valse voorwendselen aan het lijntje gehouden. Het proces trok veel aandacht en de publieke tribune zat vol met journalisten en ambtenaren. De minister van Buitenlandse Zaken en de procureur-generaal brachten zelfs een bezoek aan haar in haar cel om zich ervan te overtuigen dat zij goed behandeld werd. Er werd gefluisterd dat deze twee heren meer belangstelling voor de dame dan voor het proces hadden. Tijdens het proces was zij dan ook stijlvol in het zwart gekleed en zij had bedongen dat zij haar lange haren mocht behouden. Zij weigerde naar buiten te gaan zonder eerst haar gezicht te hebben mogen poederen. Ook kreeg zij het voor elkaar per koets en niet in een boevenwagen vervoerd te worden. Dit alles versterkte de geruchten van klassenjustitie. Lorette werd tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld, een milde straf. De rechter gaf als verzachtende omstandigheid aan dat Lorette op vijftienjarige leeftijd haar moeder had verloren en geborgenheid had gezocht. Iets waar haar minnaar misbruik van had gemaakt.

Gevangenis

Lorette moest haar straf uitzitten in de gevangenis van Arnhem, die bekend stond als schoon en vrij van prostituees. Zij had een cel waar zij planten mocht houden, zij mocht haar muziekstudie vervolgen en ook hier haar lange haren behouden. De procureur-generaal nam in Den Haag op het station persoonlijk afscheid van haar, wat in de kranten niet onopgemerkt bleef en tot geroddel aanleiding gaf. Al na een jaar werd een verzoek om gratie aan koningin Emma ingediend, dat echter werd afgewezen. Zij moest de hele straf uitzitten, wat een signaal was naar de critici dat er geen sprake was van klassenjustitie. De procureur-generaal trad echter terug, zijn positie was blijkbaar onhoudbaar geworden.

Tot slot

Het liefdesdrama kent uiteindelijk alleen maar verliezers: de minnaar die niet alleen zijn leven verliest, maar ook zijn familie in Japan gezichtsverlies bezorgt. De jonge vrouw die een mooie toekomst in duigen ziet vallen en in de cel belandt. De procureur-generaal die verliefd werd op de verdachte en zijn baan verloor. Voldoende drama voor een opera of toneelstuk!


Details

  • Schrijver

    Ton van der Pijl
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Het graf van Chikayoshi Surakada
  • Editie

    04-2025

Meest gelezen artikelen