Skip to main content

De hondjes van freule Daisy

Op landgoed Clingendael, gelegen tussen Den Haag en Wassenaar, gaan historie en natuur harmonieus samen. In het eeuwenoude duinbos is het heerlijk wandelen op kronkelige paadjes langs rustieke beekjes. Een groot deel is nog ongerept met een variatie aan bomen, planten, paddenstoelen, vogels, insecten en dieren. Een aantal eiken en beuken zijn door hun ouderdom kromgegroeid of hebben vreemde vormen aangenomen, wat het geheel een mysterieuze aanblik geeft. Het park is aangelegd in Engelse landschapsstijl met waterpartijen, weiden, gazons, tuinen en historische bouwwerken. In de Tweede Wereldoorlog was Clingendael een onderdeel van de Atlantikwall en herbergt daardoor een aantal bunkers. Het groene gebied is een oase van rust en staat in schril contrast met het drukke stadsgewemel op betrekkelijk korte afstand.

Overigens is mijn eerste herinnering aan Clingendael begin jaren zeventig een vervelende. Ik was zes jaar oud toen ik tijdens het spelen mijn moeder uit het oog verloor. Met angst en beven dwaalde ik door het park. Gelukkigerwijs kwam ik bij de ingang, waar toentertijd een bushalte was. Een vriendelijke chauffeur ontfermde zich over mij totdat mijn zeer ongeruste moeder mij weer liefdevol in haar armen kon nemen. Vanaf dat moment heb ik een dubbel gevoel bij Clingendael. 

De geschiedenis van het landgoed gaat terug naar de zestiende eeuw. In een dal tussen de clingen, de oudhollandse benaming voor heuvel of duin, stond een boerenhofstede. In het jaar 1591 werd de bebouwing met het daarbij behorende stuk grond verkocht aan Philips Doublet, telg uit een vermogend Haags regentengeslacht die als ontvanger-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verantwoordelijk was voor de inning van belastingen. Zijn kleinzoon met dezelfde naam en functie brak rond 1660 de hoeve af voor de bouw van het huidige landhuis. In de loop der jaren kende Clingendael meerdere eigenaren. Van alle bewoners heeft de adellijke familie Van Brienen het langst van het landgoed mogen genieten. Bijna anderhalve eeuw, van 1790 tot 1939. De laatste Van Brienen die op Clingendael huisde, was baronesse Marguérite Mary. 

Marguérite van Brienen, beter bekend als freule Daisy, aan wie wij onder andere de prachtige Hollandse en Japanse tuin in Clingendael te danken hebben, werd in Den Haag geboren op 11 maart 1871 als dochter van Arnoud Nicolaas Justinus Marie baron van Brienen van de Groote Lindt (1839-1903) en Marie Louise Ottoline Niagara baronesse van Tuyll van Serooskerke (1848-1903). Vader Arnold was onder andere kamerheer van koning Willem III en lid van de Raad van Voogdij over de toen nog jonge koningin Wilhelmina. Freule Daisy, die vier zussen had en haar leven lang ongehuwd is gebleven, woonde met haar ouders in Huize Clingendael tot 1903, wat een rampjaar was voor de familie Van Brienen. Op 4 januari overleed plotseling haar vader Arnoud op een schip in de Middellandse Zee. Haar moeder Marie volgde zeven maanden later op 18 augustus. Freule Daisy was 32 jaar toen ze de eigenaresse werd van landgoed Clingendael. 

Freule Daisy was net als haar vader verknocht aan paarden en in het bezit van een grote renstal. Op het landgoed werden meerdere races gehouden. Volgens het blad de Nederlandse Sport van 1907 tot 1911 was de freule eigenaresse van negentien paarden met namen als Batavia, Dracula, Freestone en Sea Biscuit. Haar jockeys waren gekleed in een oranje buis, witte broek, zwarte laarzen en een paarse pet met gouden kwast. De passie die freule Daisy had voor paarden werd overtroffen door haar liefde voor honden. Bekend is dat ze vanaf haar twintigste tot kort voor haar overlijden in 1939 in het bezit was van onder andere spaniëls, pekinezen en enkele waakhonden. 

In 1984 werd voor het Algemeen Dagblad de vroegere boswachter van freule Daisy, de toen 77-jarige Jan Parlevliet, geïnterviewd. Hij herinnerde haar als een vriendelijke vrouw van stand die als zodanig aangesproken wilde worden. Ze was goed voor haar personeel, dat overigens opdraaide voor de verzorging van de vele honden. Freule Daisy wandelde dagelijks urenlang met haar viervoeters in het park. Ze had een zekere voorliefde voor pekinezen, maar iedere hond was welkom. Groot en klein, ras en bastaards. Freule Daisy haalde alles in huis. Soms liep het wel de spuigaten uit. Op een gegeven moment had ze er vijf tegelijk en als hij weer een gat moest graven vanwege een sterfgeval dan was ze uiterst verdrietig en geruime tijd in rouw gedompeld. Volgens de gepensioneerde boswachter waren er ook krengen van dieren bij. Zo was Fury (1910-1920) een ‘lastige rothond’ en was Monty (1909-1915) niet te vertrouwen omdat hij iedereen aanvloog. 

De overleden honden werden in op maat gemaakte kistjes begraven achter het landhuis aan de voet van een oude lindeboom. Onder de veertien grafsteentjes rusten zestien honden met de namen Togo, Dushka, Mike, Lassie, Bunco, Watch, Monty, Peter, Chang, Fury, Sonnie, Miss Wu, Furfut, San, Little Billy en Puff. Op een aantal zerken zijn teksten gebeiteld die meer vertellen over de hond, zoals ‘Togo 1921-1935 heard nothing, saw nothing, knew everything’ en ‘my beautiful playful Sonnie killed by a motor 30.7.1921’. Oorspronkelijk stonden de grafsteentjes rechtop en waren ze met klimop begroeid. Maar op bevel van de Duitse rijkscommissaris van het bezette Nederland Arthur Seyss-Inquart, die in de Tweede Wereldoorlog in Huize Clingendael woonde, zijn de stenen platgelegd. Over de reden gaan verschillende verhalen rond. De zerken zouden door de vijand gebruikt kunnen worden bij een hinderlaag of als oriëntatiepunt bij luchtaanvallen. Een ander gerucht is dat zijn echtgenote verdrietig werd van het in het oog springende dierenkerkhof. 

De rooms-katholieke freule Daisy heeft de oorlog en het neerhalen van de grafsteentjes niet meer mee hoeven maken. Voorzien van het Heilig Sacrament der Stervenden overleed ze op 22 november 1939 in de ouderdom van 68 jaar, ten gevolge van een ongeluk waarbij haar heup ernstig letsel had opgelopen. In bovengenoemd interview vertelt boswachter Jan Parlevliet dat hij de baronesse op haar verzoek heeft begraven op het landgoed waar ze vrijwel haar hele leven had gewoond. Mogelijk dat zijn herinnering hem op dat moment parten speelde. Want volgens de rouwadvertentie van haar zussen Charlotte en Irene werd freule Daisy op 25 november, na de mis in de parochiekerk van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad aan de Bezuidenhoutseweg, begraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Heden ten dage zijn de grafsteentjes op Clingendael van de door freule Daisy zo geliefde honden de stille getuigen van wat ooit is geweest. 


Details

  • Schrijver

    Jan Kaffa
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    De grafstenen aan de voet van de oude lindeboom
  • Editie

    06-2025

Meest gelezen artikelen