Pagina 5

De stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de oorlog


In 1940 stonden in Loosduinen twee psychiatrische ziekenhuizen, Rosenburg en Bloemendaal, hemelsbreed nog geen vier kilometer van elkaar. Ze hadden niets met elkaar te maken. Wat is daar in de oorlogsjaren gebeurd? Ik wist er niets van, toen ik er als geestelijk verzorgster werkte. Dus verdiepte ik me er na mijn pensioen in. Dat heeft geleid tot mijn boek in 2015: Een wereld die er niet meer is. Nu kan ik er wat over zeggen. Dat doe ik om aandacht te vragen voor de psychiatrische patiënten en hun verzorgers tijdens de oorlog. Beide stichtingen zijn na 1998 opgegaan in ParnassiaGroep.

De oorlog breekt uit

Toen de oorlog uitbrak, was de zorg in beide instellingen goed. In de eerste helft van de vorige eeuw was hard gewerkt aan goede zorg met verantwoorde behandelingen. Personen met chronische problematiek woonden op de terreinen. Zij ontvingen de zorg die ze nodig hadden. Mensen die herstelden verlieten de stichting. Maar beide stichtingen werkten vanuit een ander gedachtegoed. Bloemendaal liet zich inspireren door het christelijk gereformeerd gedachtegoed. Aanvankelijk probeerde het bestuur de medische wetenschap en de Bijbelse zorg (er staan veel genezingsverhalen in de Bijbel) voor krankzinnigen met elkaar te verbinden. Dat leidde echter niet tot de gewenste resultaten. Toch bleef de christelijk gereformeerde cultuur bijdragen aan alle zorg en behandelingen. Al het personeel behoorde tot een christelijke kerk en nagenoeg alle patiënten ook. Rosenburg was de voortzetting van het oude stadsdolhuys aan het Slijkeinde. Aan het begin van de twintigste eeuw verhuisde dit psychiatrische ziekenhuis naar landgoed Oud Rosenburg. Dit neutrale ziekenhuis ving psychiatrische patiënten van alle gezindten op. Ook het personeel was een afspiegeling van de samenleving.

Op 10 mei 1940 vonden enkele schermutselingen bij Bloemendaal plaats. Daarna verliepen de eerste oorlogsjaren rustig. De sfeer uit de jaren dertig was alom aanwezig. Maar in de zomer van ‘42 veranderde dat. De nazi’s bereidden twee grote acties voor. De eerste betrof het verwijderen van alle joodse patiënten, personeel en onderduikers. De tweede actie was het leeghalen van beide stichtingen. Bloemendaal lag in het spergebied van de Atlanticwall. Rosenburg moest opvang bieden aan andere verzorgingshuizen. Volgens de nazi’s waren psychiatrische patiënten in een crisissituatie niet makkelijk verplaatsbaar… De voorbereidingen van beide acties startten tegelijk in het najaar van ‘42, met als gevolg veel onrust en onzekerheid. Directies, artsen, verpleegkundigen en ander personeel zetten zich zo goed mogelijk in, onder toeziend oog van de Duitsers. Die letten erop dat er geen joodse patiënten of onderduikers met de evacuaties meegingen.

Deportaties van de joodse patiënten en onderduikers

De eerste grote razzia voor joodse patiënten en onderduikers vond plaats op oudejaarsavond 1942, waarna nog enkele volgden. Bij de deportaties mocht verplegend personeel niet mee, hoewel die wel lunchpakketten voor hen klaarmaakte. Het personeel moest met lede ogen toezien hoe patiënten, bewoners en onderduikers werden weggevoerd. De terreinen van de ziekenhuizen waren bij iedere deportatie door de Haagse politie omsingeld. De eerste deportaties verliepen rustig en geordend, maar werden gaandeweg chaotischer en wreder. Zieke personen, slecht ter been, werden in wagens gesleurd om via Westerbork naar Auschwitz en Sobibor te gaan, waar de dood wachtte. Onbeschrijflijk leed. Ik vermoed dat op die lange reis in de trein al enkelen zijn overleden, een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Rosenburg en Bloemendaal. Totaal zijn er 251 joodse patiënten en onderduikers gedeporteerd. ParnassiaGroep heeft in 2017 een brochure laten samenstellen waarin al hun namen staan vermeld.

Evacuaties van andere patiënten en bewoners

De evacuaties van de andere patiënten naar de zusterinstellingen verliepen rustig en werden professioneel begeleid. In de treincoupés kon iedereen zitten. Onderweg deelde het personeel drank en voedsel uit. Rosenburg bracht haar patiënten naar het Oude en Nieuwe Gasthuis (ONG) te Zutphen en Groot Gaffel te Warnsveld, naar Coudewater te Rosmalen en naar Ulvenhout. Bloemendaal bracht haar patiënten naar Wolfheze en Dennenoord te Zuidlaren.

Alle psychiatrische ziekenhuizen raakten overvol. Daar leed de goede en verantwoorde zorg onder. Er ontbrak van alles. Het werd helemaal moeilijk toen het oorlogsgeweld dichterbij kwam. In Zutphen, Wolfheze en Zuidlaren moesten de patiënten met hun verzorgers verder vluchten. In Coudewater bivakkeerden zij vier weken in schuilkelders. Het was behelpen. Bovendien braken ziekten uit; vooral tuberculose, maar ook influenza, roodvonk, tyfus en enteritis. Sommigen hadden verwondingen door granaatscherven. Ook verpleegsters werden ziek, waardoor de zorg voor de andere v erpleegkundigen zwaarder werd. Patiënten

stierven. Daarbij kwam de angst. Sommige patiënten raakten in paniek en werden ter bescherming vastgebonden. De verpleegkundigen letten niet op de tijd. Ze gingen door totdat het werk af was, waarna ze doodmoe in slaap vielen.

Intussen in Loosduinen

De administraties van beide stichtingen bleven in Loosduinen. Van daaruit werd de zorg aangestuurd. Geregeld maakte de rentmeester of een lid van het bestuur een tocht naar een van de stichtingen. Dat werd steeds moeilijker, vanwege gebrek aan middelen en het uitvallen van treinen. Auto’s konden gebombardeerd worden. Intussen vulden bewoners uit Scheveningen en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden de gebouwen van Bloemendaal. Op Rosenburg kwamen patiënten van het Juliana kinderziekenhuis en de Sint Vincentiusvereniging. In oktober 1944 werd Bloemendaal volledig ontruimd. Vanaf hier werden V2’s afgeschoten op Londen. Behalve dat er af en toe een raket terugviel en een krater in de bodem sloeg of een gebouw in lichterlaaie zette, wisten de Engelsen deze lanceerbasis te vinden en schoten terug. Aan het einde van de oorlog lag heel Bloemendaal in puin. Na de oorlog duurde het een paar jaar voordat Bloemendaal weer was opgebouwd. Op Rosenburg keerden de eerste patiënten in juni 1945 terug. De goede zorg en behandelingen van de jaren dertig waren verdwenen door gebrek aan alles, door deportaties, evacuaties en oorlogsgeweld. De beide stichtingen stonden voor de opdracht er opnieuw vorm aan te geven. Dat deden ze met invloeden van de nieuwe tijd, ontwikkelingen van medicijnen en andere therapieën.

Ten slotte

Er is veel geleden, zowel door patiënten en bewoners, als door het personeel. Ik heb bewondering voor de verpleegkundigen die de patiënten niet in de steek lieten. In deze tijd van herdenken en terugkijken, vraag ik aandacht voor hen. Er is een monument voor alle weggevoerden joden en voor allen die hebben geleden. Het staat op de Nectarinestraat, de plek waar de joodse patiënten en onderduikers zijn weggevoerd. Zeven kaarsen branden daar dag en nacht. De joodse namen zijn zichtbaar. Sinds 2018 vindt er op 4 mei een herdenkingsbijeenkomst plaats. Op het terrein aan de Monsterseweg is een plaquette tegen de kerk opgehangen met dezelfde informatie. Beide herinneringstekens zijn vrij toegankelijk.


Details

  • Schrijver

    Corry van Straten
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Verpleegsters in opleiding
  • Editie

    4-2020

Meest gelezen artikelen

Contact

Laan van Meerdervoort 174
2517 BH Den Haag

Lezersservice
ma t/m vrij van 10 tot 12 uur:

070 - 345 76 97

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


© 2021 De Haagse Tijden. All rights reserved. Powered by Brückel Reclame BV.