Skip to main content

Een uitje naar de stad

Een van mijn eerste herinneringen aan het centrum van Den Haag, of zoals iedereen het noemt ‘de stad’, is dat ik aan de hand van mijn moeder mee mocht naar C&A in de drukke Grote Marktstraat. Ik moet een kereltje van vijf of zes jaar oud geweest zijn en we woonden in die tijd in Laakkwartier, in de buurt van de Draaistraat en Rijswijkseweg.

Nederland was in opbouw en de woningnood was hoog. Mijn vader heeft mij eens verteld hoe wij op die kleine etagewoning in Laakkwartier terechtkwamen. Hij was - zoals zovelen - in die moeilijke naoorlogse periode wanhopig op zoek naar een woning voor zijn jonge familie en kon zijn geluk niet op toen een collega van hem via via had gehoord dat er een eerste etage gemeentewoning in Laakkwartier een paar dagen leeg zou staan. Met die kennis, een beetje geluk, een ‘loper’ (sleutel) en een familielid met een bakfiets bracht hij er snel wat ‘geleende’ meubels heen en liet zich diezelfde dag op dat nieuwe adres inschrijven op het stadhuis. Er was, zoals hij mij vertelde, een naoorlogse burgerlijke woningwet die toestond dat woningzoekenden legaal bezit konden nemen van een lege gemeentewoning door er een tafel, stoel en een bed in te plaatsen. Vanaf dat moment was de woning verhuurd en kon de gemeente huur van de nieuwe bewoners verwachten.

Het naoorlogse Den Haag was voor de meeste opgroeiende kinderen een heel simpele tijd. Je kon binnenspelen of - meestal aangespoord door moeder - lekker buitenspelen. Als je af en toe gedurende de dag even je gezicht thuis liet zien en na het avondeten weer voor de straatlantaarns aan gingen thuis was, kon je bijna alles doen wat je wilde. Veel speelgoed hadden we niet dus was er touwtje springen en hinkelen voor de meisjes en voor jongens was er het straatvoetbal, met een veelal afgetrapte bal. Arie was je beste vriend want bij hem mocht je van zijn moeder binnenspelen en hij had ook veel meer speelgoed. Soms, heel soms als je een stuiver of dubbeltje rijk was, kon je op de hoek bij de bakker een zak koekkruimels kopen. Een glaasje prik, een chocoladereep of een ijsje van Jamin was een heel speciale traktatie die veel minder voorkwam. 

Op de dag dat de postbode een enveloppe met de KB, oftewel de Kinderbijslag, in de ‘klepperbus’ stopte, was het feest bij ons thuis want er was ineens genoeg geld voor wat extra’s. Een paar dagen later was het dan zover: mijn moeder kleedde me netjes aan om mij mee te nemen naar de stad. Mijn oudere zus bleef thuis om een paar uurtjes op mijn jongere broertje te passen. We namen tramlijn 10 die vanaf de Trekstraat in Voorburg via de Stuwstraat en Draaistraat de Rijswijkseweg op ging, naar het toen drukke openbaar vervoersknooppunt, de Turfmarkt. Daar kon je overstappen op een van de vele bussen of trams die van daaruit alle richtingen op gingen, met de gele tram naar Delft of Moerwijk of op een van de regionale bussen, zoals de WSM en NZH die je naar Wateringen, Poeldijk of Wassenaar konden brengen.

Het moet in het najaar geweest zijn, want het was een beetje kil en er hing een donkergrijs wolkendek over de stad en vele mensen hadden paraplu’s bij zich en lange regenjassen aan. De verkeersdrukte in de Grote Marktstraat was chaotisch vergeleken bij ons rustige straatje in Laakkwartier. Bij de stoep-rand aan de hoofdingang van C&A, op een met canvas bedekte open laadbak van een vrachtwagen, stond een Dixieland band te spelen. Een man met een koperen centenbakje vol rinkelend kleingeld spoorde de vele omstanders aan een bijdrage te leveren voor het aangeboden muzikaal amusement. Ik was zo gefascineerd door het hele schouwspel dat mijn moeder me bijna de draaideur in moest duwen. Binnen was het ook een drukte van jewelste; het luide geroezemoes van de veelal kooplustige vrouwelijke klanten die in een doolhof van glanzende metalen kledingrekken hun najaarsmode probeerden te vinden, was bijna oorverdovend.

In het midden van de begane grond waren de roltrappen en het was voor mij de eerste keer dat ik op deze constant bewegende traptreden moest stappen. Mam hield me voor de zekerheid maar aan m’n arm vast. Ik kan me niet goed herinneren op welke verdieping de afdeling kinderkleding was, maar het was een heel avontuur om al die roltrappen naar boven te nemen. Na het passen van vele verschillende kinderkledingstukken gingen we met een grote gevulde papieren draagtas de roltrappen weer af naar de uitgang aan de Grote Marktstraat.

Ruteck’s 

Mijn vader werkte bij de Haagse Comedie en we zouden hem ontmoeten voor lunch bij Ruteck’s op het Spui. Het was een enorm restaurant met ‘bandstand’, want ’s avonds werden de dinerende gasten getrakteerd op een live orkest met vocalisten. Soms werden er toekomstige sterren ontdekt, zoals Connie van den Bos en André van Duin die daar hun eerste stappen in showbusiness waagden. Bij Ruteck’s, dat jaren later beter bekend werd als Hecks, werd je bediend door koket geklede serveersters met wit kanten diadeem in het haar en obers in vol tenue met glanzend dienblad in de hand. Het was een heel luxe ervaring voor een jongetje uit Laakkwartier. Na een kroket met friet en glaasje Ranja kreeg ik een ijscoupe in een glanzend zilveren bokaaltje met wafel en een mooi gekleurd papieren parapluutje.

Mijn vader moest terug naar de Schouwburg. We liepen een eindje met hem mee, tot bij het perscentrum Nieuwspoort, waar we afscheid namen. Teruglopend langs het chique House of Lords kon ik door een van de ramen in het met schemerlampen verlichte interieur de silhouetten zien van welgestelde sigaar rokende industriëlen. Ik denk (nu jaren later) dat ze waarschijnlijk onder het genot van een borrel ieder hun stukje van herrijzend Nederland aan het verhandelen waren.

Kopen of kijken

Mijn moeder en ik staken onder toeziend oog van ‘oom agent’ het Spui over op weg naar Vroom & Dreesmann. Naast de ingang van V&D was de grote bioscoop Asta en het kleinere Bijou. Bij Vroom & Dreesmann kon je echt alles vinden. Men ging erheen om voor een redelijke prijs degelijke, alledaagse artikelen te kopen, van fluitketels, gordijnen, speelgoed, parfum tot horloges toe. We namen de lift naar de derde verdieping, de boekenafdeling, waar mijn moeder een poëziealbum voor mijn zus kocht en als verrassing voor mij een doosje kleurpotloden. Ik moest wel beloven dat ik het eerlijk met mijn broertje zou delen. Mijn moeder wilde ook nog even naar de Bijenkorf om wat rond te kijken. Een portier in uniform begroette ons bij de glanzend gepoetste, bronzen draaideur van de hoofdingang. Op de parfumerie-afdeling op de begane grond hing een intense geur van dure Franse merken, zoals Chanel en Givenchy.

Het winkelpersoneel keek een beetje op ons neer, want ze wisten precies wie er kwam om te kopen en wie er alleen maar kwam om te kijken. We mengden ons iets wat onzeker tussen de welgestelde, in dure bontjassen geklede clientèle, want ook zij gunden ons geen blik waardig. Een in tenue geklede liftbediende attendeerde ons op welke etage de afdeling damesmode zich bevond. Mam wilde naar wat hoofddoekjes kijken. Na daar wat rondgekeken te hebben was het tijd om naar huis te gaan. Tegenover de uitgang in de Wagenstraat was het gebouw van de Haagse Courant, de rond circulerende woorden in licht letters op het hoge hoek torentje brachten het laatste nieuws (dat was het internet van de jaren vijftig).

We liepen de Vlamingstraat door naar de Hema, ‘de winkel voor de gewone man’, waar het toen nog goedkopere warenhuis trots om bekendstond. Onze laatste aankoop van die dag was een doosje tompouces van de Hema. Moe maar voldaan en met een paar volle boodschappentassen keerden we huiswaarts. Die eerste keer met moeder mee naar ‘de stad’ was een belevenis zoals geen andere.


Details

  • Schrijver

    Alex Verpoort
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Spui gezien van de hoek Lange Poten, met Vroom & Dreesmann en Asta. Foto uit 1953, JosPé, Haags Gemeentearchief
  • Editie

    05-2025

Meest gelezen artikelen