Spread

Van spinazieacademie naar keurig appartementencomplex


Alles valt te beoordelen naar de tijdgeest van toen. Zo ook het fenomeen huishoudschool of industrieschool. Opleidingen die furore maakten in een tijd waarin de ontwikkeling van de vrouw naar het beroep van huisvrouw of dienstmeisje min of meer vanzelfsprekend was. De huishoudschool was er voor meisjes die later het huishouden zouden gaan doen; tijdelijk in een baan of later in het huwelijk. De industrieschool was er voor de ‘betere milieus’. Je kunt je deze enigszins beperkte voorbestemming vandaag de dag niet meer voorstellen. Het is nu eenmaal zo dat het in de eerste helft van de vorige eeuw geheel normaal gevonden werd als een meisje voorbestemd was om thuis te zijn en huisvrouw te zijn. Of op z’n minst te spelen. 

Laten we beginnen met een stukje geschiedenis. Het huishoudonderwijs startte in Nederland met de Haagsche Kookschool. De Haagsche Kookschool legde de basis voor het onderwijs in huishoudkunde in Nederland. De directrice van deze school werd later directrice van de legendarische huishoudschool aan de Laan van Meerdervoort. 

Gedurende de twintigste eeuw werd het onderwijs ook wel smalend ‘spinazieacademie’ genoemd. Met de Mammoetwet van 1968 kreeg het de naam Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs (LHNO) en is het ook voor jongens toegankelijk geworden. Tot dan toe konden die alleen bij de Ambachtsschool L.T.S terecht en waren beide scholen strikte jongens- en meisjesscholen. De afkorting LHNO werd later met kleine letters geschreven, zoals bij mavo en havo. Dit gold ook voor de afkorting L.T.S. of LTS, die later als ‘lts’ gespeld werd. Rond 1974 werden er proefklassen gestart samen met de lts; jongens en meisjes wisselden van school of klas en kwamen zo voor het eerst in gemengde proefklassen terecht. Zo werd bekeken of er interesse bestond voor gemengd onderwijs op beide scholen. Men vond toen dat ook meisjes technisch onderwijs zouden moeten kunnen volgen, zoals techniek, metaal- en houtbewerken en jongens zouden ook moeten kunnen leren koken, wassen, strijken, enzovoorts. De kookschool werd Vakrichting Consumptief. Geleidelijk aan kwamen er meisjes in de lts-klassen en jongens in de lhno-klassen.

Inmiddels bestaan de huishoudschool en de industrieschool niet meer. In 1992 is het lhno met andere vormen van lager beroepsonderwijs opgegaan in het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo). Samen met het mavo en een groot deel van het voortgezet speciaal onderwijs werd het vbo in 1999 samengevoegd tot het vmbo.

In de negentiende eeuw (en een flink deel van de twintigste eeuw) stelde de hogere burgerij zich nogal moraliserend op naar de arbeidersklasse. Tegelijkertijd was die burgerij een voorbeeld (rolmodel) voor de bovenlaag van die arbeidersklasse. Er werd ‘gepronkt’ met de vrouw des huizes die niet buiten de deur werkte, maar zich inzette voor huishouden en gezin. Het was, zo zei men dan, niet nodig dat de vrouw ook buiten de deur werkte of bijverdiende. Het hoofd van de familie verdiende genoeg. Heel lang was het dus blijk van status als de vrouw thuisbleef. Daarnaast zorgde de zogenoemde ‘verstoffing’ (meer meubilair, bekleding en tierelantijnen) van dure herenhuizen voor een groeiende behoefte aan huishoudelijk personeel met zich mee. Dames van stand konden zich moeilijk een leven zonder dienstbode(n) voorstellen. Het hebben van een dienstbode gaf ook status, naast het praktische nut dat de vrouw des huizes niet zelf allerlei huishoudelijke kwarweitjes hoefde te doen. De kook- en huishoudscholen voorzagen voor een belangrijk deel in de behoefte aan dienstboden.

Bedacht moet worden dat de negentiende-eeuwse bevolking voor ca. 80% uit arbeiders bestond. Uit dat ‘bestand’ kwamen dus verreweg de meeste dienstbodes! De rest van de arbeidersechtgenotes was bestemd voor het huishouden in het gezin. Later, aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, lieten de eerste feministen hun stem horen, maar die geluiden waren nog vooral gericht op de erkenning van de rol die vrouwen vervulden in de samenleving. De echte gelijkstelling tussen man en vrouw werd pas later in de twintigste eeuw een echt strijdpunt; eind negentiende eeuw lieten de meeste feministen het ideaal van de huisvrouw onaangetast. Sterker nog, het ideaalbeeld werd door hen zelfs versterkt door het onderwijs op dit gebied aan te moedigen: een kookschool zou de jonge burgervrouw opleiden tot een geschikte huisvrouw en de verveling in haar bestaan bestrijden. Dit soort gedachten en opvattingen is inmiddels ruimschoots achterhaald, hoewel ook vandaag de dag nog niet beweerd kan worden dat de emancipatiedoelstellingen voor 100% behaald zijn. Hoe dan ook was het in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog gebruikelijk dat een meisje van twaalf of dertien jaar naar de Huishoudschool ging. Luister naar de belevingen van twee vrouwen, die inmiddels 83 en 89 zijn. Het betreffen overigens mijn twee oudere zussen!

Joke van den Berg-van Rijswijk (inmiddels 83 jaar) ging naar de Huishoudschool aan de Vinkensteynstraat in Den Haag. “Daar werd thuis niet lang over gepraat: een andere keuzemogelijkheid was er eigenlijk niet in het gezin van drie dochters en één zoon. Uit mijn klas (ik was in 1945 met de lagere school begonnen) was de hoogste vervolgopleiding dacht ik de MULO. Pa vond het belangrijk dat ik het huishoudvak zou leren. Ik behaalde het hhs-diploma en mocht aan de Laan van Meerdervoort de vervolgopleiding voor kinderverzorgster doen. Overigens leerde je op de Huishoudschool niet echt koken. Het bleef hangen op het niveau van aardappelen schillen, strijken, wassen en knoopsgaten maken. Culinaire hoogstandjes waren er dus niet bij. Je kunt het niet vergelijken met een koksopleiding. Helaas heb ik de vervolgopleiding niet afgemaakt, want ik werd op mijn stageadres bij een ‘dure’ familie ergens in de Vogelwijk nauwelijks als kinderverzorgster ingezet; ik was meer een dienstmeid. Ik ging dan ’s morgens naar school en deed in de middag de praktijk. Maar toen ook mijn vader begreep dat ik eigenlijk niet echt stageliep, maar als dienstmeid werd ingezet, maakte hij er geen bezwaar tegen dat ik stopte met de opleiding. Ik kon bij de KLM (dat toen nog een kantoor had aan de Plesmanweg) een kantoorbaantje krijgen. Daarna ben ik overgestapt naar Kulk en Kramer en voordat ik emigreerde naar Nieuw-Zeeland was ik nog een paar jaar werkzaam bij de Centrale Verzekeringsmaatschappij.”

Bij Lenie Verloop-van Rijswijk (89 jaar) kwam het idee om naar de Industrieschool te gaan vanuit haar zelf, hoewel ook in haar geval pa geen andere mogelijkheden in de afweging betrok. “Ik wilde dat zelf graag. De Industrieschool was wat uitgebreider dan de Huishoudschool. Het hoofd van mijn school aan de Nijkerklaan, meneer Hoogland, was later een beetje boos over deze keuze, want hij vond eigenlijk dat ik best naar de HBS had gekund.” Lenie kwam terecht op de Industrieschool voor meisjes aan de Van Diemenstraat, waar ze de tweejarige primaire opleiding afmaakte. “Ik leerde daar lingerie- en kostuumnaaien, huishoudkunde, Nederlands, koken en strijken, gymnastiek en geschiedenis. We hadden daar een vriendelijke, maar strenge directrice, mevrouw v.d. Bilt, die er altijd op wees dat we zachtjes de trap op moesten lopen. Maar vooral Loes, de enige naam die ik mij nog kan herinneren, had daar altijd lak aan en stampte dan zo hard mogelijk.” Op haar vijftiende maakte Lenie haar school af en moest gaan werken. Verder leren was in het ouderlijk huis geen optie: er moest geld verdiend worden voor het gezin. Ze kwam terecht bij Kuhne op de Plaats, waar ze een veertiendaagse opleiding kreeg zonder ook maar een cent te verdienen. Vervolgens werkte ze een jaar of vier bij het atelier Marie Louise in het Noordeinde als coupeuse, waarna ze naar Renova vertrok aan de Frederik Hendriklaan, waar uitsluitend ‘japonnen voor dames’ vervaardigd werden. En er woonden toen al veel dames in het Statenkwartier. In 1955 ging Lenie werken bij de Plaatselijke Telefoondienst (in de Marnixstraat) die later opging in de landelijke PTT. Hier werkte ze tot aan haar huwelijk, want in die tijd moesten vrouwen nog stoppen met werken als ze gingen trouwen. Ook dit kun je je tegenwoordig niet meer voorstellen!

 

 


Details

  • Schrijver

    Ton van Rijswijk
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Laan van Meerdervoort 211, voormalige Huishoudschool. Foto uit 1972, A.S.C. Schuller, collectie HGA
  • Editie

    10-2022

Meest gelezen artikelen

Contact

Laan van Meerdervoort 174
2517 BH Den Haag

Lezersservice
ma t/m vrij van 10 tot 12 uur:

070 - 345 76 97

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


© 2022 De Haagse Tijden. All rights reserved. Powered by Brückel Reclame BV.