Skip to main content

Voorpagina

Karakter en trots van Loosduinen


Loosduinen was tot een eeuw geleden een tuindersdorp. Door de expansiedrift van Den Haag verloor het gaandeweg haar zelfstandigheid. Rond 1900 reikte het Loosduinse grondgebied tot aan de Lijnbaan. Maar Den Haag had dringend ruimte nodig om uit te breiden. Geleidelijk werd de grens van Loosduinen teruggedrongen. In 1903 werd het deel van het grondgebied wat nu tussen de Beeklaan en Kamperfoeliestraat ligt ingenomen. Maar Den Haag wilde al snel meer. In 1910 werd er weer onderhandeld. De bewoners van Loosduinen, met name de tuinders, vochten om behoud van hun kostbare grond. Echter zonder succes. Het Loosduinse gemeentebestuur had niet de middelen om de strijd aan te gaan en ging in 1923, onder leiding van Burgermeester Hovy, akkoord met een totale annexatie.

Wel met de voorwaarden dat het gemeenteloket en trouwlocatie bleven bestaan en dat er een nieuw rioleringsstelsel werd aangelegd. Ook werden er afspraken gemaakt dat het tuinbouwgebied zoveel mogelijk intact zou blijven. Een plan waar achteraf gezien weinig van terecht is gekomen, want op grond waar eerst kassen stonden en tomaten en komkommers groeiden, werden als snel nieuwe wijken gebouwd. 

In 1967 werd besloten om ruim twintig straatnamen die bij de Loosduiners vertrouwd waren te veranderen in muziekstraten. Reden was dat sinds de annexatie een aantal straten in Den Haag en Loosduinen dezelfde naam hadden en dat zorgde voor verwarring. Althans, dat was na 44 jaar de mening van het Haags gemeentebestuur, want door de toevoeging van de letters L of LSD kwam de post vrijwel altijd aan op het juiste adres. Ondanks het protest van de Loosduiners werd de maatregel doorgedrukt. Bewoners van de Verspronck-straat, ook een straat in de Schilderswijk, kwamen echter in opstand. De naam zou veranderd worden in Fanfarestraat. Ongepast vonden de bewoners. Want een Fanfarestraat als toegangsweg naar Crematorium Ockenburg, dat kon echt niet. De bewoners kregen gelijk. Verspronckstraat werd omgedoopt in de Nocturnestraat. 

Loosduinen verloor hiermee weer een stukje identiteit. Maar iedereen die het voormalige tuindersdorp binnentreedt, zal snel merken dat dit niet zomaar een wijk is. Het is een dorp in een dorp. Loosduinen heeft haar karakter en trots voor een groot deel weten te behouden. Met name de oudere bewoner voelt zich geen Hagenees of Hagenaar, maar Loosduiner. De bijnaam ‘peenbuiker’ is vermoedelijk ontstaan in een tijd dat er veel penen werden verbouwd. De oogst werd in slootjes gewassen door tuinders die aan de kant op hun buik lagen. Al gaat ook het verhaal dat er in het dorp zoveel peen werd gegeten dat de buik er vol van was. Loosduinen heeft ook een eigen vlag die gebaseerd is op het oude gemeentewapen: drie duinen van goud tegen een blauwe achtergrond. Overigens is de naam Loosduinen afgeleid van de uitdrukking ‘loze duinen’. Het dorp lag in de duinen. Maar door natuurlijke aanwas kwam het gebied land-inwaarts te liggen. De duinen verloren daardoor hun beschermende functie en werden loos. 

Loosduinen is het bezoeken meer dan waard. Het gezellige en gevarieerde winkelcentrum waar het hele jaar door allerlei festiviteiten worden georganiseerd, heeft als middelpunt het Loosduinse Hoofdplein waar iedere woensdag marktkooplieden hun producten aanbieden. Een zijstraatje van het plein en twee scholen in Loosduinen zijn vernoemd naar Gerrit Keizer, beter bekend als de Kleine Keizer, die slechts 98 centimeter lang was en tussen 1906 en 1946 in Loosduinen woonde. Gerrit werd op 4 maart 1874 geboren in het Friese dorpje Het Bildt. Als kleinste man van Nederland werd hij al vanaf zijn zesde op kermissen tentoongesteld als een zeldzaam natuurwonder. Gerrit werd met zijn succesvolle optredens in onder andere New York, Parijs en Londen wereldberoemd maar kreeg gaandeweg genoeg van het rondtrekkende en harde bestaan. In 1906 vestigde hij zich in Loosduinen en begon een sigarenhandel. Veertig jaar later keerde de Kleine Keizer terug naar zijn geboorteplaats, waar hij op 22 december 1946 overleed. 

Het mooiste stukje van Loosduinen is te vinden aan de Margaretha van Hennebergweg - Willem III straat. Op de voorpaginafoto, die eind maart genomen is, zien we de uit 1721 stammende molen de Korenaer. Daarnaast, achter de witte molenaarswoning bevindt zich in de oude korenschuur het Loosduins Museum. In het midden wappert de Loosduinse vlag. Daarachter staat het oudste stenen monument van Den Haag. De Abdijkerk werd gebouwd tussen 1238 en 1250 en maakte deel uit van een klooster. In de middeleeuwen kreeg het bekendheid door een wonderlijke gebeurtenis. Op Goede Vrijdag 26 maart 1276 baarde de 51-jarige gravin Margaretha van Henneberg 365 jongens en meisjes. Maar van een blijde gebeurtenis was geen sprake. Kort na de geboorte en doopplechtig-heden in de kerk stierven Margaretha en haar kinderen. De gravin werd hiermee gestraft nadat ze een bedelares en haar tweeling had weggejaagd met het verwijt dat de kinderen niet van dezelfde vader konden zijn. In die tijd werd het krijgen van meerlingen gezien als een teken van ontrouw. De arme moeder vervloekte haar en riep dat Margaretha net zo veel kinderen zou krijgen als er dagen in het jaar zijn. Tot diep in de achttiende eeuw werd de Abdijkerk bezocht door onvruchtbare pelgrims die hoopten dat ze na het wassen van de handen in de doopvont toch een kind zouden krijgen. Het klooster werd in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) geplunderd en verwoest door de geuzen en Spanjaarden. Van de katholieke abdijkerk die na de reformatie over zou gaan in protestantse handen, bleven alleen de muren en de toren staan.


Details

  • Schrijver

    Jan Kaffa
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    De uit 1721 stammende molen de Korenaer. Achter de witte molenaarswoning bevindt zich in de oude korenschuur het Loosduins Museum
  • Editie

    6-2023

Meest gelezen artikelen