Skip to main content

Voorpagina

Familiefeest bij uitstek


Het kerstfeest is in mijn ogen toch wel hét familiefeest bij uitstek. Weken vooraf wordt al beslist ‘wie bij wie’ komt, wat er gegeten gaat worden en of er wel of geen cadeautjes worden uitgewisseld. En de vraag of we de kunstboom weer zullen optuigen of maar een keer tot de aanschaf van een echte zullen overgaan? Het is een jaarlijks terugkerend ritueel, dat gemakkelijk tot heuse stress kan leiden, terwijl het kerstfeest daar nooit voor bedoeld is geweest. Was die stress er ook in de jaren zestig?

Ik kan het mij absoluut niet herinneren. In de eerste plaats duurde de kerstperiode geen weken, maar hooguit enkele dagen. Bij de meeste gezinnen in onze directe omgeving werd pas een dag of twee voor de kerstdagen een kerstboom aangeschaft. Een echte uiteraard, want kunstbomen bestonden in die tijd nog niet. Hoe vroeger je een boom wilde aanschaffen, hoe duurder ze waren, dus ‘effe wachten’ op een gunstiger moment, want het moest wel allemaal budgettair verantwoord zijn. Mijn latere schoonvader was zelfs gewend om echt op de laatste dag voor kerst een boompje (moest ook wat kleiner zijn) uit te zoeken, want dan werd er met weggeefprijzen gewerkt. Hij haalde ze op de Haagse markt rond het tijdstip waarop de verkopers een aanvang maakten om de overtollige voorraad te gaan opruimen. 

Mijn vader had meestal wat meer keuze en was altijd op een zogenaamd ‘volle’ boom uit, zonder kale plekken of lelijke takken. En aanvankelijk werd de voorwaarde gesteld dat er voldoende ruimte was voor kaarsen, want de kerstverlichting kwam pas later in beeld. Ik kan mij nog goed herinneren dat we vaak een kerstboom hadden met echte kaarsen erin, wat natuurlijk om extra behoedzaamheid vroeg bij het aansteken van die kaarsen, maar het was wel erg mooi. Overigens was het in die tijd al zo dat mijn moeder glycerine aan de waterbak (waarin de kerstboom gezet werd) werd toegevoegd. Dan ging de boom langer mee en zou hij niet al tijdens de eerste kerstdag al de naalden op de grond uitschudden. Ik heb die gewoonte jarenlang gehandhaafd, tot het moment waarop ook wij het verstandiger vonden om over te stappen naar een mooie kunstboom. Nu was het risico van uitvallen in die tijd ook aanmerkelijk groter, want de huiskamer werd nog verwarmd door de ouderwetse kolenhaard en daar was een kerstboom niet lang tegen bestand.

De versiering in de kerstboom was absoluut eigentijds. Er was niet een bepaalde stijl, maar vooral veel kleur. En natuurlijk waren er al rendieren en kerstklokken in de boom. De kunstverlichting kwam omstreeks eind jaren zestig in zwang. Meestal waren dat rechtopstaande kaarsen met lampjes erin, de grote variatie is pas later ontstaan. En hoewel mijn ouders niet ‘kerks’ waren, moest er om de een of andere reden altijd een zelfgemaakt kerkje in de huiskamer staan. Het was weliswaar geen kunstwerk van ongekend niveau, maar een eenvoudig kartonnen kerkje van wit karton, opzichtig aan elkaar geplakte muren en een dak. En natuurlijk voorzien van rood cellofaanpapier om de keurig ingesneden raampjes te bedekken. Opdat het in het kerkje geplaatste lampje de warmte naar buiten kon uitstralen. Zou mijn vader nu geleefd hebben, dan zou hij zonder enige twijfel een bluetooth-speakertje in het kerkje hebben gezet om er via zijn spotify abonnement mooie kerstliedjes op af te spelen. 

Desnoods een kerkgezang, want hoewel vrij van elk geloof, vond hij dat gezang best mooi. 

Die verlichting in het kerkje is trouwens wel een afzonderlijke vermelding waard. Hij gebruikte daarvoor een fitting met een fietslampje erin. Die fitting verbond hij met een batterij, wat in die tijd van die joekels van batterijen waren, die je plat kon neerleggen en waar twee aansluitijzers op zaten. Het was dan de kunst om de fitting met de batterijpolen zo te verbinden dat de draadjes daar strak om heen bleven zitten. En ja, dat mislukte wel eens en dan ging het lampje bij het neerleggen ergens in het kerkje weer uit, omdat een van de draden ervan afgeschoven was. Maar mijn vader was een geduldig mens…

Overigens kan ik mij niet herinneren dat het met kerst altijd sneeuwde. Ook in de jaren zestig werd door velen een witte kerst gewenst, maar die wens werd niet altijd consequent beloond. Qua eetcultuur waren de kerstdagen bij ons thuis in de jaren zestig niet echt overdadig. Laten we zeggen: goed, maar bescheiden. Fricandeau was een vast onderdeel van het menu. Dat werd ook steevast gesneden door mijn vader, die daar niet zozeer voor had doorgeleerd, maar wel erg vaardig in was. Aan tafel was het altijd wel vol, met vier kinderen ook niet zo verwonderlijk. Later kwamen de diverse vriendjes en verloofdes van mijn zussen in beeld en werd het wat drukker aan de kerstdis.

Oudejaarsavond was ook de show van mijn vader, want dan werden er oliebollen gebakken. Daar was hij een meester in. Vuurwerk kenden we niet, het was te duur en te gevaarlijk. 


Details

  • Schrijver

    Ton van Rijswijk
  • E-mail

    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fotobijschrift

    Kerstboom in de wandelwagen. Foto uit 1964, Spaarnestad foto, Wikimedia commons
  • Editie

    23-2023

Meest gelezen artikelen